Cadeau voor de haan

De kip

De kip heeft een cadeau voor de haan

Op de verjaardag van de haan kreeg hij verdriet cadeau van de kip, een grote doos vol. De haan pakte het cadeau uit en begon meteen te huilen.

‘O,’ riep de kip, ik heb mij vergist…’ Zij sloeg haar poten voor haar ogen en viel pardoes met haar eieruitgang op de grond. Ze was met twee dozen op stap gegaan: één met een stel mooie nieuwe veren voor de haan en één met oud verdriet om bij het vuilnis te zetten. Ze had per ongeluk de doos met mooie nieuwe veren weggegooid.
Het was te laat. De haan zat huilend onder aan de hooiberg, en vroeg aan al zijn gasten om maar weg te gaan en zijn verjaardag te vergeten. Het was een groot verdriet wat de kip hem had gegeven. ‘Ik ben ontroostbaar,’ schreide de haan, ‘o wat ben ik ontroostbaar…’ De kip keek hem met grote ogen aan en zei: ‘Het spijt me, haan, het spijt me zo.’

Het was wel groot, maar ook zachtmoedig verdriet en de haan schudde met zijn kam, zuchtte diep en veegde met zijn vleugel een paar tranen van zijn wang. ‘Jij kan er ook niets aan doen, hen,’ snikte hij, ‘niemand kan er iets aan doen, niemand…’

Waarom ben ik toch zo dom, dacht de kip. Toen ze even later door het weiland liep kwam ze de witmantelstompneusaap tegen, met een paar mooie nieuwe veren tussen zijn billen. ‘Die zag ik ergens liggen,’ riep hij naar de kip. ‘Zwierig, hè?’ De kip keek naar de grond, kneep haar mond stijf dicht en liep door. ‘Nu nog een koiboihoed!’ riep de witmantelstompneusaap opgetogen. ‘Een koiboihoed met pluimen. Die vraag ik voor mijn verjaardag. Dán zal ik toch mooi zijn… Maar dat moet wel snel gebeuren, want ik sta momenteel op een lijst met bedreigde dieren.’

Nog een geluk dat ik die doos met oude woede niet bij me had, dacht de kip, die moet ik nu ook maar wegdoen… Als ik de doos met oude woede per ongeluk aan de haan had gegeven had ik het moeten bezuren. Voortaan, dacht de kip, terwijl zij de kippenren inliep, verscheur ik al mijn oude woede. Ze liep met de doos naar buiten, goot er benzine overheen en stak het in de brand. Zo kreeg ze toch nog een vleugje oude woede in haar neus en even was ze boos. Ze dacht, gelukkig heb ik het verbrand. Woede moet je niet bewaren, maar meteen weg doen.