Alles gaat voorbij

Vlinder

'Waar gaat het naartoe?' vroeg de vlinder

De vlinder en de aap kregen les van de haan. Het was aan de oever van de rivier, de zon die scheen, verder was het bladstil.

‘Vandaag,’ zei de haan, ‘zal ik het hebben over voorbij.’ Dat vonden de vlinder en de aap een goed plan, want daar wisten ze weinig van. De haan trok een ernstig gezicht en zei: ‘Alles gaat voorbij.’ Het was even stil aan de oever van de rivier. Het water glinsterde, er was nauwelijks wind. ‘Wisten jullie dat?’ vroeg de haan, ‘wisten jullie dat alles voorbij gaat.’ ‘Nee,’ zeiden de aap en de vlinder in koor, ‘dat wisten wij niet.’

‘Ja,’ zei de haan. ‘Alles gaat voorbij. Noem maar iets op en dan zeg ik dat het voorbij gaat. Aap…’ ‘De oorlog,’ zei de aap. ‘Ja,’ zei de haan. ‘Dat is goed dat je dat zegt. De oorlog gaat voorbij.’ ‘Energiecrisis?  Toeslagenaffaire?’ zei de vlinder. ‘Ja, die gaan ook voorbij.’ ‘Waar gaan die naartoe?’ ‘Ho, ho,’ zei de haan. ‘Daar hebben we het niet over. We hebben het over voorbij en niet over waar naartoe. Dat komt in de volgende les.’ Hoeveel lessen zijn er nog?’ vroeg de aap. ‘Ik weet het niet,’ zei de haan. ‘Ik heb ze niet geteld.’