Zomerhuisje

Dead Leaves, Zomerhuisje

Bert van Leeuwen

Mijn vader had een huisje gehuurd in Giethoorn, in de tijd dat het alleen nog maar bekend was van de film Fanfare van Bert Haanstra. Na het verschijnen van deze film nam het toerisme sterk toe. Giethoorn wordt wel het Hollands Venetië genoemd.

‘Nou het is helemaal rond,’ zei mijn vader op een avond tijdens het eten. ‘Wat zeg je?’ zei mijn moeder. ‘Het huisje in Giethoorn, voor twee weken.’ ‘Heb je die mensen ook gezegd van…’ ‘Wat, dat ga ik ze niet vertellen, daar hebben we het toch laatst over gehad.’ ‘Als je het ze niet verteld dan ga ik niet mee…’ zei mijn moeder ’dan ga je maar alleen met de jongens.’

Ik zag m’n vader woedend worden, maar hij kon zich beheersen. ‘Goed ik bel hem wel op,’ en hij liep naar de telefoon. ‘Je kunt niet meer bellen het is rond etenstijd.’ Ik had mijn vader al eens een telefoonboek doormidden zien scheuren en nu was hij op het punt aangekomen om de tweezitsbank op te tillen en deze door het raam de tuin in te gooien, maar het lukte hem zich te herpakken. ‘Ik bel hem om zeven uur.’ ‘Je kunt die mensen nu toch niet meer bellen. Zo direct denken ze dat er wat ernstigs aan de hand is.’ Mijn vader zei: ’Ik bel hem om zeven uur!’ zwaar articulerend.

Precies om zeven uur draaide mijn vader het nummer van de man die het zomerhuisje in Giethoorn verhuurde. ‘Ja, neem u mij niet kwalijk dat ik zo laat nog bel, maar u spreekt met…’ Hij werd kennelijk onderbroken aan gene zijde van de lijn en hij lachte even. ‘Nee, er is niets tussen gekomen,’ zei hij met zijn zware basstem. ‘Maar ik wil u even vertellen dat ik gemeenteraadslid ben van de CPN en of u daar bezwaar tegen hebt, want anders gaat het niet door.’ ‘Jan, zeg dat nou niet.’ Mijn vader draaide zich om met zijn hand op de telefoon en hield zijn wijsvinger voor zijn mond. ‘Nee, ik ben er nog, al had het weinig gescheeld.’ Nu werd er wat aan de andere kant gezegd, want mijn vader was even stil: ‘Ja de CPN, de Communistische Partij van Nederland.’ De man aan de andere kant was weer aan het woord en mijn vader zei veel te hard: ’Of van de Klu Klux Klan. Hahaha,’ en even later: ‘Prima tot half juni. Ja, we hebben er zin in,’ en hij legde de hoorn op de haak en ging in de bank zitten.

‘Nou wat zei die man.’ ‘Hij zei zolang u geen NSB-er bent of bij de SS hebt gediend bent u van harte welkom.’ Mijn vader keek mijn moeder triomfantelijk aan en mij gaf ie een knipoog.

‘Toch ben ik blij dat je gebeld hebt,’ zei mijn moeder, die altijd bang was dat er weer wat ging gebeuren na de rellen van 1956, ondanks de dappere rol van mijn vader in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze ging verder met de afwas.

Op zondag 4 november 1956 trokken Sovjet-troepen Hongarije binnen. In Nederland waren demonstraties tegen het optreden van de Sovjet-Unie. Daarnaast waren er ook ongeregeldheden bij de Sovjetambassade in Den Haag. Felix Meritis, het CPN-hoofdkantoor in Amsterdam aan de Keizersgracht, werd door duizenden mensen belegerd en de ramen werden met stenen ingegooid. Vele CPN-gebouwen en woningen van CPN-bestuurders werden belaagd, zoals ook de woning van mijn vader en moeder, zonder dat de politie iets deed.