Wildplassen

Rozen, Wildplassen

M.C. van Leeuwen Meijer

Ik lig in het ziekenhuis, moet ik naar het toilet. Sta ik te plassen, je bent nieuwsgierig, kijk ik toch even naar mijn buurman.

Tijdens het plassen in een openbaar toilet kijk ik toch even naar rechts over het schellinkje, één, twee, drie stralen urine kletteren in het rond. Quasi nonchalant vraag ik tijdens al dat misbaar: ‘Hoe gaat het?’ ‘Ja,’ zegt ie ‘oorlogswond. Afghanistan,’ zonder op of om te kijken. Ik kijk naar links, een heleboel stralen. Staat iemand extreem wild te plassen. Het lijkt wel of ie een massagedouchekop uit z’n gulp heeft hangen. Ik zeg: ‘Oorlogswond,’ want je bent tenslotte in een ziekenhuis. ’Nee,’ zegt hij met een Belgisch accent: ‘krijg verdullme al dae knoopjes nèt los.’

Terug op mijn ziekenzaaltje vraagt mijn kamergenoot: ‘Kon je het vinden?’ omdat het zo lang duurde, denk ik. Ik vertel wat ik allemaal heb meegemaakt. Moest ie zo hard lachen dat zijn bovengebit uitvliegt, zo die bos rozen tegen de grond in dat leuke vaasje wat hij van zijn vrouw had gekregen.