Prins Carnaval

Prins Carnaval

M.C. van Leeuwen Meijer

Hij zat in zijn rookstoel te genieten van een mooie sigaar. Om hem heen lagen klonten gemorste as. Zijn stropdas, die nat was van de tomatensoep, trok sporen over zijn niet meer zo witte overhemd.

In de hoek van de huiskamer lag zijn colbertjasje, die hij aan had als Prins Carnaval, naast zijn steek met drie verkreukelde fazantveren en een kromgebogen scepter. Natuurlijk… de asbak stond niet op zijn plaats. Hij drukte de sigaar tot een peuk in een bloempot.

Zijn glas met rum was leeg. Het werd de hoogste tijd om naar bed te gaan, waar zijn vriendin lag te slapen. Wordt het toch nog gezellig, was het laatste wat hij dacht, voordat hij zijn evenwicht verloor en dwars door de glazen plaat van de salontafel viel op de marmeren vloer.