Kalebas

Kalebassen

Michel Ditzel

Terwijl langzaam de avond valt achter de vensters en de werkenden huiswaarts keren luistert Fie met een glas aan haar oor tegen de muur van de draagmoeder hoe haar man Bas zich inspant om haar een kindje te schenken.

Als Bas thuis komt van zijn missie waar hij al een paar maanden mee bezig is zit Fie aan de eettafel en eet de koektrommel met speculaas leeg. Fie is een goed mens. Fie heeft iets van Franciscus van Assisi, van Chuck Norris, van Boeddha, en van Glinda de goede heks. Ze kan alleen geen kinderen krijgen, zodat haar man zich met verve van zijn taak kwijt bij de buurvrouw. ‘Hoe gaat het Tom Cruise?’ Bas zwijgt en strijkt een keer over zijn kale hoofd en steekt dan in elk neusgat een vinger. Al wil hij zeggen; een fluitje van een cent.

Op zijn werk noemen ze hem Kalebas en die naam blijft aan hem hangen als stront aan de zool van een herenmolière. Wat hij ook doet; het helpt niets. De naam sijpelt door, infiltreert zijn leven zoals kakkerlakken de kieren in een keuken en de wereld achter het gasfornuis binnendringen, dus of hij het leuk vindt of niet - en hij vindt het niet leuk - het wordt steeds weer Kalebas of kale Bas.

Sommige kalebassen hebben geen vruchtvlees en de schil ervan is bitter en niet eetbaar. Alleen kalebassen die echt heel jong zijn kun je eten en in ieder geval vruchtvlees bevatten, maar dan kunnen ze nog erg bitter van smaak zijn en dus niet lekker. Probeer het uit door een klein stukje te koken (10 minuten maximaal en dan proeven).

Nadat Fie de trommel heeft leeg gesnoept komt hij op haar toe en legt zijn handen op haar schouders als zoekt hij steun, laat deze dalen op haar omvangrijke boezem en knijpt, waarbij hij zijn wangen bolt en doet dan, keihard en feilloos, want dat kan ie, het geluid van een scheepshoorn na en dan voelt hij zich rustig en vredig en gelukkig.

Fie heet eigenlijk tante Fie en geeft al jaren les als judojuf aan kinderen in een achterstandswijk in Almere. Ze zegt: ‘Hou daar eens mee op.’ ’Maar Fie het is toch maar een spelletje.’ ‘Dan weet ik ook nog een spelletje en dat heet De Grote Verbouwing.’ Daar weet Kalebas alles van, want de vorige keer lag hij dagen lang plat in huis met een dubbele hernia. ‘Ik geef je nog een paar weken en dan is het afgelopen.’ Bas valt op zijn knieën en zegt: ‘Maar Fie, ik doe het ook voor jou.’ Ze knielt naast hem neer en slaat een arm om zijn nek; ze vindt het zo lief dat hij dit allemaal voor haar over heeft en huilt bittere tranen en zet even een verwurging totdat hij afklopt op haar arm en schreeuwt: 'Ik beloof het.' En zo kwam alles toch nog goed.