Het vogeltje

Indiase brilvogel

Indiase brilvogel

Ik was een verhaaltje aan het schrijven voor mijn blog. Buiten scheen de zon en ik had het raam open. Opeens hipte een Indiase brilvogel op de vensterbank en het keek met een schuin oogje naar binnen.

De vogel is geel met een witachtige grijze buik en een witte oogring. Vanuit mijn ooghoek zag ik hem wel, ondanks dat ik gefocust was op het beeldscherm, want hij valt nogal op met zijn gele verenpak. En dat ik hem hier zag is een zeldzaamheid, want ze komen alleen voor in Aziatische landen.

Ik durfde me niet te verroeren, maar ik schoof hem toch een amandelkoekje toe, wat mijn geserveerd was samen met een beker koffie, door mijn liefhebbende vrouw. Het vogeltje dribbelde weer een stukje in de richting van het koekje, en besefte dat ik geen kwaad in de zin had. Hij hipte naast het koekje en keek nogmaals argwanend rond, totdat hij een brokje koek oppikte en weg hupte. Ik bewoog nog steeds niet en begon een beetje op de vrouw van Lot te lijken, die in een zoutpilaar was veranderd toen ze tegen de wil van God zich had omgedraaid om naar het verval van Sodom te kijken, wat indruiste tegen Zijn gebod. God die toentertijd nog weleens boos kon uitvaren naar deze of gene, en nu was zij zwaar de lul.

Het brilvogeltje zat lekker te smikkelen van het koekje in de tijd dat ik mij liet afdwalen. Nadat hij de versnapering op had ging hij op mijn hoofd zitten, wat indien tijd nogal ruig behaard was met roodbruine krullen. Het vogeltje viel in slaap en op het moment dat ik dit schrijf zit het beestje er nog steeds.

Voorzichtig liep ik naar beneden. De trap af, de gang door naar de huiskamer waar mijn vrouw zat en gebaarde haar stil te zijn en ik vertelde zo zachtjes mogelijk dat er een vogeltje op mijn hoofd zat tussen mijn krullen. Daar moest ze hard om lachen en woelde met haar fijne handjes door mijn haar en daar bleek niets in te zitten. ‘Jij ook altijd met je verhaaltjes,’ zei ze nog steeds lachend, terwijl ze naar mijn beteuterde gezicht keek.