Farid Azarkan

Farid Azarkan

Farid Azarkan

Brigadier De Klopper was druk bezig met een grote klomp bruine boetseerklei, die hij tot een bal rolde en plat sloeg en kneedde en mishandelde. Hij had dertig jaar lang pijp gerookt, totdat er in het gebouw een rookverbod kwam.

Toen hij nog rookte was hij een blijmoedige man, maar nu was hij snel geïrriteerd en vaak chagrijnig. Hij was eerst begonnen met kauwgum en snoepjes, maar het overgewicht nam de overhand. Ten einde raad was hij aan het boetseren geslagen. Hij kwam nooit verder dan een mislukte pijp, terwijl je toch met boetseerklei zulke leuke dingen kunt doen. Een diepe zucht, vol levensmoeheid, irritatie en de hunkering naar vijftig gram pijptabak van het merk Voortrekkers. Hij stopte in gedachte al plukjes vers gesneden pijptabak in zijn pijp en bij het aansteken met een lucifer krulde ie wat op, aantampen en weer aansteken. De smaak was zoetig en kruidig. ‘Gebruikt u?’ ‘Wat bedoelt je?’ zei Farid Azarkan. ‘Drugs.’ ‘Nee, dank je.’ De Klopper sloeg de geboetseerde pijp van klei onder zijn bureau tot een klont. ‘Weet u dat dit zonde is van mijn tijd.’

Farid moest een nachtje door brengen in de cel nadat hij was aangehouden. Hij negeerde een stopteken en schold een agent uit. Zelf zei hij dat hij was aangehouden omdat hij een Marokkaan is. De aanhouding had zondagavond plaats, om 21.02 in Amsterdam West tijdens de avondklok. - Het verbod om na 21.00 uur ’s avonds buiten te zijn moet ervoor zorgen dat minder mensen elkaar ontmoeten. Zo kan de avondklok erbij helpen de verspreiding van het coronavirus af te remmen. - Toen de agent hem aanhield ging de verdachte compleet door het lint en noemde de politieman een racist.

De Klopper kwam achter de balie vandaan en nu pas zag Farid hoe groot ie was. Politieman De Klopper had de bouw en de grootte van een Coca-Cola automaat en hij nam hem mee naar de cel in het politiebureau. Een ruimte van een paar vierkante meter, een kunststofbank en een toilet. Verveling is wat de klok slaat. Nou ja, er is geen klok, en persoonlijke bezittingen, zoals zijn dure polshorloge en riem en schoenveters had hij moeten inleveren. Het was onmogelijk om te weten hoe laat het was. Azarkan probeerde te bedenken wat gevangenen doen om de tijd te doden, maar hij kwam niet verder dan streepjes op de muur zetten en het verstoppen van dingen in je achterwerk en gangen graven naar buiten. Hij had geen dingen om in zijn achterwerk te verstoppen, behalve zijn hand en geen krijtje om op de muren te schrijven. Er gebeurde Niets. Niets. Nieuwe avonturen van Niets. Niets is weer aan de gang. Niets gaat vliegen. De vlegeljaren van Niets. Niets in Amerika. De zonen van Niets.

Toen de volgende dag de deur eindelijk van het slot ging kon hij wel juichen. ‘U kunt gaan en ik wil u hier nooit meer zien. Bedenkt eer ge begint,’ en met deze wijze woorden van oudtestamentische omvang nam agent De Klopper aan het einde van zijn dienst afscheid van Farid Azarkan van de politieke partij DENK. 'Bezint eer ge begint. Het is: Bezint eer ge begint,' zei Farid. 'Ook goed, en nou opgesodemieterd!'