Een mooie boot

Het winterkoninkje

Het winterkoninkje was hard aan het werk

Het winterkoninkje en de koekoek hadden besloten om samen een mooie boot te bouwen en dan naar het midden van de oceaan te varen. 

Een mooie boot waar je mee kunt zeilen en waar ze mee naar het midden van de oceaan zouden varen en dan een exotisch eiland bezoeken. Het winterkoninkje had al veel aan de boot getimmerd, maar de koekoek zat alleen maar in zijn kantoortje en deed voorkomen dat hij heel belangrijk was en drukdoende.

Af en toe kwam de koekoek kijken hoever zijn bootje was en wees het winterkoninkje op iets onbenulligs zoals; dat sommige spijkers een punt hadden en andere ook, maar dan aan de onderkant. En dat je alles goed moet vastspijkeren anders komt het los. Hij zei dat het winterkoninkje vooral op tijd moest beginnen en dat hij soms wel hele lange pauzes nam. De koekoek zei ook: ‘De boot is nog lang niet klaar, er moet nog veel gedaan worden’. Maar hij zei nimmer; dat doe je goed winterkoninkje. Het wordt een mooie boot.

Op een dag raakte de koekoek in gesprek met de geelgerande reetkever waarom het zo lang duurde voordat de boot klaar was. Dat was geheel de schuld van het winterkoninkje legde de koekoek gedreven uit aan de geelgerande reetkever, die gebiologeerd naar hem luisterde. Het winterkoninkje hoorde dit alles op grote afstand aan. Op het moment dat de geelgerande reetkever roomijsjes, met van dat dikke chocolade erom heen en fijngehakte pistachenoten, ging halen voor zichzelf en de koekoek, omdat het die dag zo verstikkend warm was. Toen zei het winterkoninkje tegen de koekoek: ‘Ik ben steeds alleen aan het werk. We zouden het toch samen doen? Waarom help je mij niet eens?’ 

’Welja, zei de koekoek, ’zie je niet hoe belangrijk ik ben en hoe ik mijn best doe. Ik moet alles regelen en ik praat met allerlei dieren die er toe doen. Ik had ook liever aan de boot gewerkt, maar als er naar het kantoor gebeld wordt neem ik de telefoon aan. Jou zie ik daar niet toe in staat. Jij bent elke dag buiten in het zonnetje, terwijl ik me moet behelpen met een oude ventilator,’ waarbij de koekoek maar voor het gemak vergat dat het ook vaak regende. Inmiddels was de geelgerande reetkever weer aangeschoven met de ijsjes en die moest bekennen dat de koekoek een punt had. Waarna ze druk babbelend en snoepend van hun ijsjes wegliepen naar een schaduwrijk plekje. Die winter was het extreem koud zodat het winterkoninkje bijna doodvroor en ondertussen zat de koekoek lekker binnen bij de kachel met een kop warme chocolademelk met slagroom en een fijn stukje kerststol gevuld met amandelspijs.

Het winterkoninkje bouwde verder aan de boot. Na jaren van hard werken was de boot klaar en het winterkoninkje zeilde weg naar het midden van de oceaan. Toen hij daar aan kwam en het plan had om aan te meren bij een exotisch eiland dacht het winterkoninkje, jammer dat de koekoek er niet bij is, maar er moet toch ook iemand zijn om de telefoon op te nemen als er gebeld wordt.