D'R IN & D'R UIT

D'er in en d'er uit

Alleen voor Volwassenen

Alles bonkte en swong. Het rook naar suikerspinnen en gerookte paling. Meiden zwierden over de kermis met sigaretten, kinderen draaiden tot gekmakends toe in de draaimolen op kleurige houten paardjes met spiegeltjes en allerlei rinkelbellerij. De snotdorrels stonden voor de ballententen…

Meneer Van den Vlekkert doolde over de kermis met zijn zoontje. Martin vermaakte zich reusachtig. Zijn oren gloeiden en hij had nog nooit zo’n leuke dag beleeft met zijn vader op de kermis. Na lang aandringen gingen ze ook in de botsauto’s. Helaas greep zijn vader mis en werd hij aangereden door een stoere knul met zijn meissie. ‘He homo, kijk uit,’ mompelde meneer Van den Vlekkert voordat hij op de vloer klapte. Hoewel Van den Vlekkert zijn zoontje innig liefhad begon hij er nu toch schoon genoeg van te hebben. ‘Zo,’ zei hij, terwijl hij Martin over zijn hoofd streelde, nu hebben we het wel zo’n beetje genoeg van, hé schat?’

‘Hier moeten we nog in pap,’ zei Martin toen ze voor een kermistent stonden met het opschrift ‘D’R IN & D’R UIT, Alleen voor Volwassenen’. Van den Vlekkert hield niet van kermisonderbroekenlol, maar dit was andere koek. Het opschrift bezorgde hem een voorbibsoprisping. ‘Toe pap.’ ‘Het is niet voor kinderen,’ zei Van den Vlekkert, en wees op het bord. ‘Hee pap,’ zei Martin teleurgesteld. ‘Weet je wat? zei Van den Vlekkert, ‘Ik zal het bekijken en dan vertel ik je wat het is.’ Van de Vlekkert gaf hem geld. Martin vond het best, dan ging hij nog een keer in de botsautootje voor een kermisoog, had ie van de grote jongens gehoord, al wist hij niet wat het was. En het kereltje was al op weg naar zijn kinderparadijs.

Aan het loket zat een mooie vrouw met een hoerige blouse en grote tieten. Van den Vlekkert kocht een kaartje. Het was wel duur, 25 gulden, maar dan heb je ook wat. Van den Vlekkert vroeg nog: ‘Hoe lang duurt het?’ en toen lachte ze geheimzinnig en wees: ‘Daar gaat u d’r in.’ Van den Vlekkert wilde nog een grapje maken, maar hield wijselijk zijn mond. Hij ging het gebouwtje binnen en liep een lange slecht verlichte gang door en aan het eind was een draaideur, en daar hing een koord met een belletje en de tekst ‘D’r uit. Trekken’. Uit het niets kwam een zware kerel op hem af. ’D’r uit!’ schreeuwde hij en wees gebiedend naar de achteruitgang. Van den Vlekkert schrok zich dood en trok gauw aan het koord en op hetzelfde moment kwam de draaideur in beweging. Hij stond weer buiten, op straat. Hij liep om de kermistent heen naar de ingang en keek nog een keer naar het bord met de tekst ‘D’R IN & D’R UIT’. Tsja, geen woord van gelogen. ‘Potjandorie nog an toe. Potjandorie nog ereens an toe,’ zei Meneer van den Vlekkert.

Hij liep naar de botsautootjes om zijn zoontje op te halen. ‘Nu nog wat lekkers uit de snoeptent voor mama, een reuzekaneelstok, en dan op weg naar huis,’ zei hij tegen Martin. Gelukkig heb ik me niet bezeerd, dacht ie nog. En zo zie je maar weer, er is altijd wel iets waar je je blij om kan maken.