De Laatste

De Laatste

Bert van Leeuwen

Tegenover de Poldertuin, een park met bol- en knolgewassen, stond ik tegen een lantaarnpaal geleund op mijn vrouw te wachten, die bij de visboer op de markt in Anne Pauwlona haar bestelling deed.

Er kwam een werkman aan met een vriendelijke oogopslag. Het zal wel een timmerman zijn, want die zijn meestal het aardigst. Hij keek me aan en zei: ‘Ben jij de laatste.’ Ik zei: ‘Ik denk dat jij de laatste bent. Ik heb mijn vrouw gestuurd.’ Hij moest er om lachen en zei: ‘Dat doe je goed,’ en hij sloot zich aan bij het bosje mensen wat voor de viskraam stond.