Cardinella

Prison

They hanged Sam Cardinella at six o’clock in the morning in the corridor of the county jail.

The corridor was high and narrow with tiers of cells on either side. All the cells were occupied. The men had been brought in for the hanging. Five men sentenced to be hanged were in the five top cells. Three of the men to be hanged were negroes. They were very frightened. One of the white men sat on his cot with his head in his hands. The other lay flat on his cot with a blanket wrapped around his head.

They came out onto the gallows through a door in the wall. There were six or seven of them including two priests. They were carrying Sam Cardinella. He had been like that since about four o’clock in the morning.

While they were strapping his legs together two guards held him up and the two priests were whispering to him. ‘Be a man, my son,’ said one priest. When they came toward him with the cap to go over his head Sam Cardinella lost control of his sphincter muscle. The guards who had been holding him up dropped him. They were both disgusted. ‘How about a chair, Will?’ asked one of the guards, ‘Better get one,’ said a man in a derby hat.

When they all stepped back on the scaffolding back of the drop, which was very heavy, built of oak and steel and swung on ball bearings, Sam Cardinella was left sitting there strapped tight, the younger of the two priests kneeling beside the chair. The priest skipped back onto the scaffolding just before the drop fell.

Een vignet uit het boek In Onze Tijd (In Our Time, 1924) van Ernest Hemingway, in een vertaling van Clara Eggink, 1968. Ernest Hemingway schreef een kort vignet over Cardinella's executie (geportretteerd naar Sam Cardinelli), met als titel Hoofdstuk XV in In Our Time. Het verslag vormt een intermezzo tussen delen I en II van het verhaal Big Two-Hearted River. Samuele Cardinelli was een gangster uit Chicago, afperser en leider van Cardinelli Gang in de jaren twintig. Met luitenants Nicholas The Choir Boy Viana, slechts 18 jaar oud, en Frank Campione, leidde Cardinelli vóór de drooglegging een van de meest dominante Black Hand-bendes in Chicago.

Ze hingen Sam Cardinella om zes uur in de morgen in de gang van de districtsgevangenis. De gang was hoog en smal met rijen cellen aan weerskanten. Alle cellen waren in gebruik. De mannen die gehangen moesten worden waren binnengebracht. Vijf mannen die veroordeeld waren tot de strop zaten in de vijf bovenste cellen. Drie van de mannen die gehangen zouden worden waren negers. Ze waren erg bang. Eén van de blanken zat op zijn brits met zijn hoofd in zijn handen. De andere lag plat op zijn brits met zijn deken om zijn hoofd gewikkeld.

Ze kwamen naar de galg door een deur in de muur. Er waren er zeven met de twee priesters erbij. Ze droegen Sam Cardinella. Zo was hij  geweest sedert vier uur in de morgen.

Terwijl ze zijn benen bij  elkaar bonden hielden twee bewakers hem op en de twee priesters fluisterden tegen hem. 'Wees een man, mijn zoon,' zei de ene priester. Toen ze op hem toekwamen met de kap die over zijn hoofd moest, verloor Sam Cardinella de macht over zijn sluitspier. De beide bewakers die hem overeind hielden, lieten hem los. Ze vonden het walgelijk. 'Wat dacht je van een stoel, Will?’ vroeg één van de bewakers. 'Die moesten we maar halen’, zei een man met een bolhoed.

Toen ze allemaal van het schavot afstapten om het valluik vrij te maken, dat heel zwaar was, gemaakt van eikenhout en staal en lopend op kogellagers, bleef Sam Cardinella daar vastgebonden zitten. De jongste van de twee priesters knielde naast de stoel. De priester sprong nog net achteruit op het schavot voor het valluik in werking trad.