Bukshag

Amateurs Sigaretten

Amateurs Sigaretten

Hendrik Haan uit Koog aan de Zaan stapt de kantine binnen van Potlodenfabriek Bruynzeel en gaat tegenover zijn collega Leo zitten en zegt terwijl hij zich omdraait naar de rest van de aanwezigen: ‘Gisteravond heb ik een documentaire gezien.’

Hij gaat verder: ‘Ik wist niet wat bukshag was.’ Hendrik kijkt Leo aan en hij zegt ‘Wist jij dat?,’ alsof hij net de kwantummechanica, een natuurkundige theorie die het gedrag van materie en energie met interacties van kwanta op atomaire en subatomaire schaal beschrijft, heeft ontrafeld. Hendrik Haan vraagt weer aan Leo: ‘Wist jij dat?,’ op hautaine toon. ‘Ja.’ ‘Wist jij dat?,’ vol ongeloof alsof Leo het stomste jongetje van de klas is. ‘Wist jij dat?' ‘Ja, dat wist ik wel,’ zegt Leo en verder dat die uitdrukking al 75 jaar bekend is en misschien nog wel langer. ‘Of dacht jij soms dat het een homo-erotische term was voor schaamhaar rond je anus. Of een soort van bukzeep, die als je dat laat vallen tijdens het douchen in de gevangenis je hol wordt volgeblaft met pret-yoghurt, door een zwaar geschapen reusachtige Bulgaar met tatoeages en een laag voorhoofd. Wie gaat er in godsnaam een shaggie roken onder de douche? Dat is wel het stomste wat je kan doen, want je kunt er erg ziek van worden.’

Op zeldzame momenten verschijnt er iemand in je leven wiens deugden voor anderen zo duidelijk zijn, die vaardigheden heeft om met iedereen op te schieten, die zichzelf kan wegcijferen, die in zo’n perfecte harmonie met zijn omgeving leeft dat hij door iedereen geliefd wordt en gerespecteerd. Zo’n man was Hendrik Haan niet, ondanks dat mocht Leo hem wel, maar vandaag even niet, totdat dat nare gevoel weer een beetje wegebde.

De aanvoer van buitenlandse kwaliteitstabak stagneerde en om de beperkte voorraden eerlijk te verdelen ging de tabak van 1942 tot 1949 op de bon. De in de oorlogsjaren geproduceerde eigenteelt tabak werd gemerkt met het stempel Amateurstabak. De term bukshag was in zwang tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog toen in Nederland tabak schaars was geworden en peuken werden gebruikt om sigaretten van te draaien.

Sigaretten die gemaakt werden van eigen teelt tabak hadden niet de kwaliteit van de overzeese sigaretten. Het bleef surrogaattabak en ook door het tekort waren er veel mensen die hun sigaretten zelf maakten van opgeraapte peuken, vandaar de naam bukshag. Bukshag sigaretten bevatten meer teer, nicotine en koolmonoxide en werden daarom ook wel longtorpedo’s genoemd. Maar ach, het was oorlog en hoe lang zou dat nog duren?