Blaaskanker

Blaaskanker

Blaaskanker, Bert van Leeuwen

Ik was op mijn werk en stond buiten te plassen. Het leek wel of mijn urine rood gekleurd was. Rood! Bloed? BLOOOOOOEEED! Ik schrok me dood, maar ik had niet het besef dat het echt was.

Geplast had ik genoeg, maar ik ging toch maar naar binnen en in de witte toiletpot zag ik de knalrode pis flonkerend oplichten. Ik schrok nogmaals en durfde niet meer te plassen. Of dat het daarna weer rood was weet ik niet meer, maar de volgende dag wel. Ik ging naar de doktersassistente voor een afspraak, en die liet ik mijn potje met helrode urine zien.

De volgende dag weer urine ingeleverd, maar nu was er niets aan de hand en de dokter zei hij dat het misschien een blaasontsteking was. Ik moest in ieder geval een afspraak maken met de uroloog. De huisarts schreef mij medicijnen voor om de verschijnselen van een blaasontsteking op te ruimen en het werkte. Er was dus totaal geen reden om ongerust te zijn, dacht ik, en dus onnodig om de uroloog te consulteren. Mijn leven ging gewoon zorgeloos verder met angst en beven en soms was er wat bloed. Totdat ik weer elke dag bloed plaste, en ik eindelijk contact opnam met de uroloog. Na een blaasonderzoek, waar ik voor het eerst in mijn blote kont met een slang in mijn lul tentoongespreid lag, zag ik op het beeldscherm van de monitor allerlei groeisels. Ik had het gevoel dat ik een filmpje zag van Indiana Jones die zich door een oerwoud heen worstelde en een weg hakte door lianen, met zijn vlijmscherpe machete, maar in dit geval was het een cameraatje die de kankerstrengen wegduwde in mijn blaas.

De uroloog zei: ‘Kleed u zich maar aan, en dan gaan we de situatie bespreken, want we gaan u binnenkort opereren.’ In dit gesprek werd me duidelijk dat er hoognodig iets moest gebeuren en ik wist niet wat, want de rest van dagen spookte het woord Blaaskanker door mijn hoofd. In de toegeschoven brochure, die ik thuis las, werd de situatie beschreven van kwaad tot erger. Ik liep de rest van mijn leven zonder blaas rond was een van de opties en misschien kon ik lopen ook wel vergeten, of een simpele ingreep en aan dat laatste hield ik me maar aan vast. Zo stond ik ervoor.

Ik heb een blaasoperatie ondergaan en daardoor is mijn conditie er erg op achteruit gegaan. Dit komt door de narcose en het bloedverlies. De volgende dag mocht ik gelukkig weer naar huis.

Ik mag de eerste paar weken niet zwaar tillen of fietsen, anders kan de verse wond in de blaas namelijk weer gaan bloeden. Ik moet drukken en persen bij ontlasting zoveel mogelijk zien te voorkomen en plassen is voorlopig erg pijnlijk. Het idee dat ik moet plassen doet al pijn. Ik moet zittend plassen dat zijn de voorschriften. Opeens moet je plassen. Je hebt aandrang en als je iets geplast hebt lijkt het wel of je lul een gefrituurde naaktslak is die een mislukte poging heeft gedaan om door een brandende hoepel te springen en dan opeens beseft dat hij aan een kant vast zit en nog een keer door die hoepel heen moet, maar dan achterstevoren en dat geeft het gevoel of je in je zak geslagen wordt met een panty vol stront van je ex.

Ik moet nog een keer plassen. Ik masseer zittend mijn benen en prevel: ‘Geef me niet zoveel pijn’. Je gaat staan als je klaar bent en daarna met de klep dicht doortrekken en nog een keer doortrekken en alles reinigen en goed je handen schoonmaken. Na een half uur is de pijn vertrokken. Ik kan alleen maar gillen: ‘Nee, nee, nee,’ als ik weer moet. Op een dag leek het wel of mijn lul verstopt was en ik ga staan en een stuk weefsel valt in de pot en het bloed gutst daarna uit mijn piemel. Ik pak het stukje weefsel op en het voelt rubberachtig aan als ik erin knijp. Het is een soort van vingerhoedje, maar meer geschikt als gummetje voor achterop een tekenpotlood.

Na de operatie kreeg ik van mijn uroloog te horen dat de kanker gelukkig oppervlakkig was en de blaaswand niet was gepenetreerd. Er waren geen uitzaaiingen van kankercellen, maar ik ben wel patiënt en er staan mij nog elf blaasspoelingen te wachten in de loop van de volgende drie maanden, opdat de kans op genezing optimaal is en de kanker niet meer terugkomt. Daarna ben ik nog een keer geopereerd aan mijn blaas voor nog wat plekjes en de nodige blaasspoelingen, en controlebezoeken om het half jaar, maar dat is inmiddels vier jaar geleden. Alles gaat goed en bij de controle van de uroloog dit jaar zei ze: ‘Het ziet er goed uit en je mag over een jaar terug komen.’ Dat zou dan hopelijk de laatste keer worden.

Ik ben voordat ik op controle ga altijd weer een beetje bang. Blij dat alles zo goed gecontroleerd wordt, maar kanker is wel een deel van mijn leven geworden. Door dit ziekteproces leerde ik echter ook mijn ware collega's en vrienden kennen en beseffen wat echt belangrijk is.