Woei

Café De Zwaan, W-Knollendam

Café De Zwaan, W-Knollendam

Diana Woei is bekend als presentatrice van het weerbericht in het NOS Journaal sinds 1998 tot mei 2000 en ze was in die tijd tevens op de radio te horen.

Je verzint het niet: een weervrouw met de naam Woei, met haar onnavolgbare timing, ongemakkelijke stiltes en grappige versprekingen scheen er twee jaar lang een sympathieke presentatiezonnetje bij de NOS. Ik was zeer van haar gecharmeerd en opeens was ze weg.

Ik loop in de Piet Kuiperlaan in West Knollendam en voor mij loopt Diana Woei. Het is stralend mooi weer en ik loop achter haar aan als een hondje aan de riem, want ik kan mijn ogen niet afhouden van haar bevallige silhouet. Ik ben vlak bij haar en loop in de vleug van haar parfum naar haar toe, maar vervolgens schiet ze een winkel in. Ik blijf buiten wachten en kijk zo nonchalant mogelijk in de etalage. Daarna komt Woei weer de winkel uit met in iedere hand een paraplu. Twee paraplu’s. Een donkerblauwe met van die nopjes erop en een rode stormparaplu. Ik kijk haar aan en ze lacht en zegt ‘Tata’ en wijst met een gebeeldhouwd vingertje naar boven. Ik kijk ook naar omhoog en ontwaar alleen maar een helderblauwe lucht en een prachtig zonnetje. Inmiddels is Diana Woei in geen velden of wegen meer te bespeuren. Hoe kan ze er zo naast zitten? Het is verrukkelijk mooi weer.

Ik loop de Piet Kuiperlaan af en aan het einde sla ik rechts af en loop naar café De Zwaan, met een prachtig uitzicht op de rivier de Zaan. Hier bestel ik een biertje, en dan begint het toch te stortregenen. Ik sta samen met de eigenaar, die achter mij staat, naar al dat geweld te kijken. Opeens komt er een zwart autootje aandrijven alsof het door onzichtbare handen gedragen wordt. Hij zegt met het dienblad nog in z’n handen: ‘Godverdomme daar komt mijn auto aandrijven’. En zowaar het autootje rolt zo zijn einde tegemoet de jachthaven in. De lucht is loodzwart en dan begint het ook nog te hagelen. Hagelstenen als kanonskogels. Dit kan weleens erg lang gaan duren. Ik zeg ‘Doe mij ook maar een bittergarnituurtje. En nog een biertje. Ach doe maar twee. Hoef je niet zo veel te lopen… vooral nu je zo zonder auto zit.’