Winst boven Loon

Beggar

Armoede

Tijdens een voetbalwedstrijd nam hij zijn tegenstander handig de bal af, die hem vervolgens een trap na gaf. De scheidsrechter blies op zijn fluitje.

Het jongetje kreeg een vrije trap mee en schoot de bal keihard in het kruis van zijn belager die niet genoeg afstand nam. Niet ver daar vandaan liep een man het Wilhelminapark in. Op het grasveldje tegenover de hokken met volièrevogels en hoenders nam hij plaats op een kistje en vertelde het volgende verhaal aan een ieder die het wilde horen;

‘Het torenhoge niveau van de aandelenprijzen zal op den duur onthoudbaar zijn. Waarom? Omdat aan de huidige periode van ongekende groei een einde zal komen en de inflatie zal toenemen. Aandelen zullen hun aantrekkingskracht slechts behouden als de winstgevendheid van het bedrijfsleven zich even stormachtig blijft ontwikkelen als de afgelopen jaren.

Het moderne kapitalisme kan men vergelijken met het Romeinse keizerrijk in zijn nadagen. De keizers hielden het rijk alleen in stand om er miljoenen mensen in gevangen te houden. De grootgrondbezitters beschouwen hun grond louter als een investering, zo functioneren moderne bedrijven slechts als geldmachines. Romeinse rijken en welgestelden staken hun privé kapitaal niet meer in openbare gebouwen, maar in paleizen en villa’s op het platteland, die werelden op zich werden.

Geld moet een gemeenschappelijk nut dienen. Ons tijdsgewricht heeft geen oog meer voor het erfgoed dat eerdere generaties hebben nagelaten, zoals gezondheidszorg en openbaar vervoer, maar is verblind door een evenredig winstvoordeel. De bevoorrechten zijn ontslagen van maatschappelijke verplichtingen. Solidariteit tussen generaties, met minderbedeelden of met de publieke zaak is passé.

In het moderne kapitalisme is de eigenaar de enige overgebleven vrije burger. Investeerders gaan boven werknemers. Winst gaat boven loon. Het verval van het Romeinse Rijk raakte in een stroomversnelling doordat de boeren hun petities in de derde eeuw niet langer rechtstreeks aan het keizerlijke hof konden richten. Zij moesten zich tot de patronus wenden, die beloofde zijn invloed bij de machthebber te doen gelden. Zo holt het bedrijfsleven het burgerschap uit en brengt zij de democratie in gevaar. Een ieder weet hoe het is afgelopen met het Romeinse rijk.’

Hij beëindigde zijn verhaal en een enkeling, die was blijven staan, liep haastig door. De man plaatste zijn rechterhand aan zijn oor en luisterde gespannen. Hij hoorde in de verte het halali, de fanfare van de jachthoorns tijdens de drijfjacht, wanneer een hert tot staan is gebracht. De meute jachthonden renden het park in. Zij verscheurden de man, nog voordat hij afgeschoten kon worden. Hij gaf geen krimp en met gebalde vuist nam hij afscheid. Op het voetbalveld kon het jongentje het blaffen horen, maar hij schonk er geen aandacht aan.