Tarzan

Tarzan

Tarzan

Tarzan slingert vaak tussen de bomen als hij van A naar B gaat, totdat er een liaan breekt en hij naar beneden valt.

Wanneer hij wakker wordt in het ziekenhuis zegt de medicijnman of een grote aap, want door de klap op zijn hoofd is hij nog niet helemaal bij zijn positieve: ‘Ja, dat ziet er niet goed uit. Uw oog is er uit. Uw arm is weg en uw pielemuis is er ook af. We hebben nog een arm van een baviaan, een oog van een arend en een slurf van een olifant.’
‘Ja, dat is goed. Het is beter dan niets’, zegt Tarzan, die al gauw tevreden is. Hij is namelijk een verweesde jongen die opgevoed is door apen.

‘En… hoe is het? vraagt de dokter als Tarzan langs komt voor controle. ‘Goed, die arm is handig. Nu kan ik van boom naar boom slingeren. Dat oog is ook goed, want dan kan ik zien of Jane aan het stofzuigen is. Maar die slurf is wel nog een beetje wennen, want die steekt om de 5 minuten een nootje in mijn kont.'