Stardust 2

Belle

Bert van Leeuwen

Op de Westerschelde stormde het al behoorlijk en de natte sneeuw hing dreigend in de lucht, toen we koers zette naar de Golf van Biskaje. Bij windkracht acht tot negen was het ook verstandig om niet te dicht langs de kust te varen. Bij het lichtschip Nooit Hinder werd het wat rustiger en zo konden we de snelste route naar Frankrijk nemen.
 
Radio Scheveningen gaf voor de nacht een onheilspellend bericht door. Storm uit het westen, windkracht tien. Er verschenen donkere stapelwolken boven de paarse zee voor ons. De golven sloegen als een kolkende massa over de brug. Kokkie, nog door het dolle heen van zijn succesvolle optreden in Jeffs nering, verloor gelijk zijn evenwicht toen hij geraakt werd door een blok. De helft van zijn gezicht werd weggeblazen. Hij reutelde als een beest, bescheet zich, viel voorover en kotste over mijn schoenen. Zijn hersenen hingen uit zijn hoofd. Om hem uit zijn lijden te verlossen gaf ik hem het genadeschot met mijn seinpistool. Kokkie gleed weg over het dek en werd verzwolgen in de bittere zee. Pas ‘s morgens om zes uur nam de wind af tot drie en kon koers worden gezet richting Bordeaux. Dit was van korte duur want al gauw blies de wind uit: zuid-west tot west acht tot tien!
Kapitein Niesing moest uitwijken ‘Zeker met zo’n klein en leeg schip als dit,’ meende hij. Om zeven uur in de avond gingen we voor anker.
 
‘Belle’ zei ie.
‘Ik moest ook een keer bellen en ik stap een rijwielzaak in. Ik zeg ‘Kan ik hier effen bellen.’ ‘Jazeker,’ zegt die man ‘er staan fietsen zat.’
‘Nee, lul met vingers, m’n vriendin’ zegt Niesing en hij haalt een foto uit zijn portefeuille en vouwt hem open.
‘Ik had een meissie in Parijs. Kijk. Belle’ zegt ie terwijl hij een foto van haar laat zien.

De storm werd harder en dirigeerde zichzelf tot orkaankracht. Om half elf besloten we weer zee te kiezen en onze toevlucht op de Nieuwe Waterweg te zoeken. Voor anker blijven was niet langer verantwoord. We zouden dwars op de wind komen te liggen met alle gevolgen van dien. Het was nu zaak op recht op de golven te varen. Ik stond met het zweet in mijn handen op de brug. Het was één uur in de nacht. Opeens hoorden we een harde klap en bleek het reddingsvlot uit zijn touwen te zijn gerukt en sloeg dwars door de verstaging heen. Het was windkracht twaalf en de brug verdween regelmatig in de zee. Sturen was onmogelijk. De schroef van het schip maalde van de weeromstuit door het zwerk.
 
Nauwelijks enkele minuten later begon het schip te steigeren als een hoer die besprongen wordt door een met herpes besmette roerganger. We werden door elkaar geschud en grijnsden naar elkaar. Even later brak het onweer opnieuw los. De sneeuw sloeg tegen ons schip als boos weggegooide verscheurde kerstkaarten. Stardust leek verloren, was het niet dat Niesing op de brug stond met een stalen smoel, waar de afdruk van een gietijzeren radiator uit Jeff’s café nog instond. De wind huilde en gierde door het tuig, terwijl de regen neerkletterde. Cyclopische golfen vlogen over het schip en spatten in Chinese waaiers uiteen. Er was geen ontkomen aan en de bemanning werd ziek, doodziek en ze kotsten hun ziel uit hun lijf. Sommigen huilden van de pijn en de storm nam nog in hevigheid toe. Het schip zweefde boven het water. Er was geen richting, stuur- of bakboord, boven of onder, alleen kots en zout water. Onze coaster vaarde niet meer maar koerste op een ramp af. Opdoffer na opdoffer, stuurloos op de kolkende zee.
 
Maar Niesing hield stand. We voelden de geseling op ons afkomen. Sommigen huilden en andere vloekten hartgrondig. Het duurden uren en uren en er kwam geen einde aan. We waren weer terug in de Nieuwe Waterweg. Om negen uur in de morgen leek het een verloren strijd, nu het schip een speelbal was van de zee. Met Hoek van Holland weer in zicht, stuurde de kapitein een bericht de lucht in dat we spoedig hulp nodig hadden. Radio Scheveningen waarschuwde alle andere schepen. Een paar uur later vond Niesing het onverantwoord om de bemanning nog langer aan boord te houden. Wanneer ze wankelend voor hem stonden monsterde hij ze en telde er vijf, Kokkie ontbrak.

‘Jongens ik ben trots op jullie en ik zal jullie nooit vergeten. Jullie zijn de meest waardevolle garantie voor de toekomst van onze natie.
Hij gaf iedereen een hand en een klopje op de schouder of een kneepje in de wang. Zijn linkerhand, viel me op, hield hij achter zijn rug om het trillen tegen te gaan. Om twaalf uur slaagde de reddingboot Koningin Juliana uit Hoek van Holland erin de mannen uit hun benarde positie te bevrijden. Ze waren geel als Chinezen, hologig met sporen van opgedroogd slijm op hun ingevallen stoppelwangen. Verdoofd en leeg stapten zij in de reddingsboot. Alleen Kap en ik bleven aan boord.
‘Rooie’ sprak ie ‘nu komt het erop aan.’
 
Op het vasteland vlogen de straatstenen door de lucht en de tuinbouwkassen aan diggelen. In een zee van waanzin vochten we om het behoud van Stardust. Met orkaankracht beukte de storm op de golven en zweepte het zeewater op tot ongekende hoogte. Het roer raakte defect. We hadden de machines stopgezet en de ketels gedoofd en omstreeks twee uur die zaterdagmiddag ook het bakboordanker uitgezet. Een uur later brak het af. Met een noodgang en slagzij van soms wel zeventig graden werd het schip naar het strand geblazen. Om precies vier uur boorde de coaster zich in de kust van ‘s-Gravezande. Het zeer slechte weer weerhield honderden nieuwsgierigen er niet van om binnen de kortste keren op de gestrande kustvaarder af te komen en ze onthaalden ons als helden toen we van boord klommen.’
 
Kapitein Niesing had na de stranding nog de hoop dat zijn Stardust vlot getrokken zou kunnen worden. Maar alle optimistische verwachtingen ten spijt was het schip ten dode opgeschreven. De mensen en wagens van een slopersbedrijf stonden al klaar om de 1800 tonner te ontmantelen. Hij kwam nog één keer naar de plek des onheils en toen hij het slagveld overzag stond het huilen hem nader dan het lachen.
 
Wordt vervolgd.