Postkantoor

Charles Bukowski

Bert van Leeuwen

Het begon als een vergissing.

Het was rond de kerst en ik hoorde van een zuiplap die ’t trucje elke Kerstmis flikte, dat ze verdomd bijna iedereen zouden aannemen, dus ging ik er op af en voor ik het wist had ik zo’n leren zak op m’n rug en liep ik op m’n dooie akkertje rond. Wat een baantje, dacht ik. Een fluitje van een cent! Ze gaven je maar één of twee blokken en als je ’t voor elkaar kreeg om die af te handelen gaf de vaste besteller je nog een blok te doen, of je ging misschien terug en de chef gaf je dan nog een blok, maar je nam er de tijd voor en schoof die kerstkaarten maar door gleuven.

Ik geloof dat het mijn tweede dag als kersthulpkracht was toen die grote vrouw naar buiten kwam en met me mee liep terwijl ik brieven bezorgde. Met groot bedoel ik dat haar kont groot was en haar tieten groot waren en dat ze op alle goeie plekken groot was. Ze leek me ’n beetje gek maar ik bleef naar haar lichaam kijken en ’t maakte me geen moer uit.

Ze praatte en ze praatte en ze praatte maar door. Toen kwam ’t eruit. Haar man was ambtenaar op een veraf gelegen eilandje en ze was eenzaam, begrijp je, en ze woonde in een huisje achter de andere huizen helemaal in d’r eentje.

‘Welk huisje?’ vroeg ik. Ze schreef het adres op een papiertje. ‘Ik ben ook eenzaam,’ zei ik, ‘vanavond kom ik lang en dan kunnen we praten.’ Ik hokte samen, maar de meid met wie ik samenhokte was er meer niet dan wel en ik was wel degelijk eenzaam. Ik verlangde naar die dikke kont die naast me stond. ‘Goed,‘ zei ze, ‘tot vanavond.’

En ze was inderdaad een goede wip, ze kon lekker naaien, maar zoals met alle meiden, na de derde of vierde nacht had ik niet zoveel interesse meer en ik ging er niet meer heen. Maar ik moest aldoor maar denken: jezus, ’t enige wat die postbodes doen is brieven door gleuven schuiven en neuken. Dit is een baantje voor mij, reken maar van yes.

Charles Bukowski

De dag nadat hij als postbode werd ontslagen begon Charles Bukowski aan zijn eerste roman, Postkantoor. Een hilarisch, tragikomisch verslag van de botsing tussen de underdog en de ambtelijke wereld.