Op het strand

Strand

Bert van Leeuwen

Op een gloeiend hete dag was ik ’s morgens al vroeg op strand. Om mij heen een suizende drukte. Steeds schrok ik wakker na een nare nachtmerrie.

Het was in de periode dat ik geslaagd was voor mijn opleiding en in afwachting van mijn diensttijd. Ik lag dagen lang aan het strand van Castricum aan Zee. Duizenden dagjesmensen waren uit. De vrouw met het witte hoedje op haar gezicht lag er ook al. Ze was de eerste keer dat ik haar zag erg wit maar nu was ze al flink bruin en het leek wel of ze steeds dikker werd. Ik ging wat uit haar buurt liggen. Ze lag al een paar dagen urenlang roerloos op dezelfde plek en rook een beetje naar gebakken spek.

Gisteren wilde ik haar waarschuwen dat het erg gevaarlijk was om de hele dag in de zon te liggen want ze kon weleens vreselijk verbranden, maar dan moest ik haar wakker maken en daar had ik geen zin in.

Verderop lag een gezin. De baby kroop rond in de buurt van hun blauw met wit gestreepte windscherm en hun andere zoontje was kwallen door midden aan het hakken met zijn strandschep. Die dag lagen er extra veel kwallen aan het strand, maar wat wil je met oostenwind. Hij had een schep met een stevig houten handvat en een schepgedeelte van rood gekleurd metaal. De dreumes kroop steeds op handen en voeten naar mensen toe die op badhanddoeken lagen te rusten. Gooide zand in hun haar en gezicht en kraaide dan van plezier. De vader van het gezinnetje had de kwallenhakker opgehaald en zei ‘Zal ik je wat jiujitsu leren’, en gooide het mannetje alle kanten op en nam het in een paar onduidelijke houdgrepen tot groot plezier van het joch.

Ik sliep weer in. De zon brandde tegen mijn oogleden. Opeens werd ik wakker omdat ik iets voelde en zag dat de baby mijn hand in zijn mond wilde stoppen om er in te bijten met die paar tandjes die al doorgebroken waren. Ik gaf hem een klein duwtje in de goede richting zodat hij met zijn gezicht in het zand viel en een hap zand nam. Ik stak een sigaret op en de kleine wilde een handje zand pakken. Een lichte aanraking met mijn sigaret op het roze vlees deed hem in de richting van de dikke vrouw met het witte hoedje kruipen.

Hij begon in haar tenen te bijten. De vrouw bleek in diepe slaap te zijn want ze gaf geen krimp en toen zijn broertje er bij kwam en de felgekleurde strandbal tegen haar aan gooide werd ik wel een beetje wantrouwig en ook de vader en de moeder van de kinderen roken onraad. Ik liep op haar toe en nam haar hoedje af. Ze keek mij aan. Toen ze niet ademde en geen hartslag had heb ik die badgasten van het reddingswezen gevraagd of ze de politie wilde bellen, want het was nog in een tijd dat niemand een mobieltje had.

Later las ik in de krant dat de vrouw was overleden en al een paar dagen op het strand lag. Ze bleek een bolletjesslikster uit België te zijn, want toen de politieman haar omrolde hingen aan de achterkant de tulpen uit haar zwembroek.