Onderweg

Teckel

Bert van Leeuwen

Onderweg met de trein naar Wormerveer deed zich een verontrustend incident voor. In Zaandam stapte een oud echtpaar in. De vrouw droeg een zwarte teckel.

Het was vol in de trein. Ik zat in de hal op een klapstoeltje. De vrouw liet het hondje los en enthousiast kwam hij op mij af en begon op mijn been te rijden. ‘Niet doen Heino’ en de teckel schuifelde terug naar het vrouwtje. De man van het stel zei zonder enige aanleiding van mijn kant: ‘Ach laat u maar, we gaan er in Zaandijk uit. Blijf toch lekker zitten.’ De conducteur verscheen in het overvolle halletje. De oude man haalde de beide OV kaarten tevoorschijn. ‘Alstublieft.’

‘Dank u’, de conducteur scande de kaartjes. ‘Een klein huisdier mag gratis met u mee in de trein. Voorwaarde is dat het dier in een tas, mand of op schoot gehouden wordt. - Voor aangelijnde honden koopt u, ongeacht uw bestemming , een Dagkaart voor drie euro. - Alleen als u een NS- of OV-Jaarabonnement heeft, mag u één klein huisdier gratis meenemen. Van dit laatste is hier geen sprake. Dus u kunt de hond vasthouden of alsnog een dagkaart kopen’, oreerde de conducteur bij het overhandigen van de kaartjes.

‘Irma hou Heino maar weer vast’, want hij was niet genegen stampij te maken met het talloze publiek om zich heen dat wel in was voor een relletje. We stopten in Zaandijk. De oude dame overhandigde het hondje aan haar man en begon de trein uit te klimmen. Eerst voelde ze of de treeplank wel hield onder haar gewicht en stapte daarna manmoedig het duister van het perron in. Haar man boog zich naar voren om haar het hondje te overhandigen. Het was buiten donker en er viel een bijna onzichtbare motregen. De oude dame tilde haar handen verzoenend in de lucht. Op dat moment klonk het vertreksein en de treindeuren gingen sissend dicht.

De man probeerde het hondje alsnog aan zijn vrouw te geven, maar die had zich geschrokken terug getrokken, zodat het hondje klem kwam te zitten tussen de deuren van de trein. Ondanks hevige protesten van de bejaarde man vertrok de trein richting Koog Bloemwijk. Het hondje blafte en kermde hartverscheurend. ‘Ga de conducteur halen. Hij moet de trein stoppen, anders gaat Heino dood.’

’Zo te horen nog niet’, probeerde ik hem gerust te stellen ‘Hij gaat nog knap te keer.’

De conducteur kwam op het kabaal af en achter de coupedeur te voorschijn en vroeg ‘Wat is hier aan de hand?’

‘U moet onmiddellijk de trein stoppen. M’n hondje zit vast.’ Heino blafte niet meer maar rochelde alleen nog maar. De conducteur overzag de situatie en zei ‘Binnen een minuutje zijn we in Koog Bloemwijk. Een noodstop heeft geen zin.’ Toen de trein stopte en de oude man de wagon verliet regende het nog steeds, maar niet meer zo hard als daarvoor.

Ik ging een halte verder en stapte in Wormerveer uit.