Onderweg

Onderweg

Bert van Leeuwen

Ik vroeg aan een spoorwegbeambte ’Goh, wat is er aan de hand? Door de storm.’ ‘Ja, het hele spoorwegverkeer is ontregeld door de storm.’ En inderdaad overal lagen boomblaadjes op de rails.

Portugal

De laatste dag van onze vakantie in Portugal stonden we te laat op en de reismuts was al langs geweest, maar had gedacht dat we al eerder op eigen kosten met de taxi op weg waren naar het vliegveld, daar moet je dan echt een vrouw voor zijn. Waarom zou ik in godsnaam op eigen kosten met de taxi naar het vliegveld gaan als ik eenvoudigweg opgehaald kan worden door een touringcar waar ik al weken geleden voor betaald heb. We hadden ons verslapen en dit was onze straf.

We kwamen te laat op het vliegveld en in mijn ooghoek zag ik een felle uitslaande brand. Nou dat had ook weer niet gehoeven. Dat was natuurlijk ons gemiste vliegtuig en wij waren met ons gezinnetje de enige overlevende, maar het bleek gewoon een Portugese boer te zijn die zijn aangeharkte rommel, tractorbanden en nucleaire afval in de fik had gestoken. Niet veel later hadden we dan toch voor veel extra geld een ander vliegtuig, waardoor we de armoedegrens wel heel dicht benaderden.

We kwamen aan in Rotterdam in plaats van Amsterdam en moesten met de trein nog een heel eind verder in het donker met twee kleine kinderen naar onze woonplaats Heelverweggistan.

Frankrijk

Op de tolweg naar Parijs wilde ik een auto inhalen. We reden 120, waar je 130 mag. Een auto met een Duits kenteken. Ja, u leest het goed een Duits kenteken. Toen we naast hem reden meerderde hij vaart en bleef naast ons rijden. Hij had een massieve kop en de breedste handen die ik ooit gezien had. Iemand die niet veel nodig had om in gewelddadige woede uit te barsten. Voorlopig gniffelde hij als een padvinder. Ik ging 140 rijden en hij ook.

Om ons heen was het donker en wij waren de enige mensen op de snelweg en de aardkloot. Ik ging zachter rijden en achter hem. Hij trapte op zijn rem en de remlichten lichtten op, zodat ik ook op mijn rem moest staan. Ik ging nog zachter rijden en de Duitser verwijderde zich. Nu zag ik ook weer wat auto’s opdoemen in het duister. We bleven 90 rijden totdat we bij de tol waren.

Hier hadden de Gele Hesjes de slagbomen door gezaagd, zodat we zonder te betalen konden doorrijden tussen een haag van enthousiaste Gele Hesjes. Lang leve de Gele Hesjes!