Mijn eerste gitaar

The Beatles, Yesterday

The Beatles

Ook deze avond hadden jongeren met rock & roll kapsels zich verzameld rond de muziekwinkel, en er waren meisjes met suikerspinnen op hun hoofd, waar wij zo fijn papieren pijlen in konden schieten uit onze elektriciteitsbuizen.

Er klonk vrolijk gelach uit het groepje en er was veel geduw en gesol van belang en weggeschoten sigaretten als meteorieten, die nagloeiden in het luchtledige op weg naar moeder aarde. Vanavond was er zeker weer eens muziek beoefend, want ik zag een meisjes met een tamboerijn en jongens met een gitaar.

Het was in die tijd mijn ideaal om een elektrische gitaar te bezitten. Avond aan avond droomde ik voor het slapen gaan op het podium te staan met een gitaar terwijl ik met mijn rechterarm in de rondte zwaaide als Pete Townshand van The Who die zijn gitaar bespeelde met de windmolentechniek, terwijl een dichte haag van wanhopig gillende meisjes zich naar me opdringt en het podium opkruipt. Dit opwindende beeld deed mijn toch al geringe prestaties op school geen goed en na afloop van mijn optreden voor een waanzinnig publiek die uit duizenden kelen riepen ‘We want more’ sloeg ik mijn gitaar in elkaar en ramde hem door de versterkers, terwijl Keith Moon zijn drumstel opblies waar ik nog ernstige gehoorschade aan overhield. Toen ik mijn moeder in een vlaag van openhartigheid mijn verlangen kenbaar maakte dat ik een gitaar wilde aarzelde ze dan ook niet lang.

Misschien was het die avond ongeveer zo laat als nu, het was in ieder geval al donker want mijn moeder had de lamp in de achterkamer aangedaan. Mijn vader was naar een vergadering en ze maakte mij duidelijk dat ze een verrassing voor me in petto had. Ineens was mijn moeder opgestaan en overhandigde mij blij en gelukkig een ukelele.

Ik moest toen in elkaar gekrompen zijn en er ontredderd hebben bijgezeten, alsof ik na één ronde met Muhammed Ali uit de ring was gestapt, totaal in elkaar geslagen en ondanks dat nog blij dat ik het drie minuten had gered tot aan de gong en niet meer in staat om verder te boksen. Mijn moeder vertelde dat meneer Vreeling uit de muziekwinkel op de Wandelweg haar had verzekerd dat dit tweedehans instrument volledig gegarandeerd van toon en kwaliteit was toen ze hem vroeg om een gitaartje voor een jongen van twaalf jaar. Ineens was ze opgehouden met praten, terwijl ze me bezorgd, ja zelfs bevreesd gade sloeg.

Het was een ukelele, die meestal wordt bespeeld door meisjes met een bloemetjesjurk en een bril met jampotglazen. Het was dan ook een triest soort instrument. Toen ben ik in huilen uitgebarsten en met mijn armen om mijn moeder heen heb ik haar bedankt, terwijl ik snakte naar een vertroostend gebaar en mij vernederd en diep ellendig voelde. Nadat ik dagenlang al tokkelend door de huiskamer was gelopen en aan mijn goede vader een serenade had gegeven, terwijl hij de krant las, was de volgende dag mijn ukelele verdwenen. Enkele dagen later zag ik hem weer in de etalage van Vreeling hangen en ik herkende het instrument meteen aan de beschadiging aan de hals, waar ik achter de snaren een brandende sigaret had gestopt, gelijk echte gitaristen als Eric Clapton en Frank Zappa.

Ook mijn carrière als drummer, net als Ringo Starr van The Beatles, werd al gauw in de grond geboord. Nadat mijn trommel die ik van mijn ooms had gekregen op mijn verjaardag al na één dag weer verdwenen was. Toen mijn vader ook nog het singeltje met het liedje Yesterday van The Beatles had gekocht was mijn belangstelling voor deze oudemannenclub verdwenen. Helemaal nadat ik op een zondag apetrots met een gebreide trui van mijn moeder met de tekst THE BAETLES had rond gereden, op mijn rode doortrapper en door iedereen werd uitgelachen.