Maarten Biesheuvel

Brommer op zee

Maarten Biesheuvel

Maarten Biesheuvel is dood. Hij overleed op 30 juli 2020 na een kort ziekbed. Hij was de beste korte verhalen schrijver van Nederland. Als je het fantastische verhaal ‘Brommer op zee’ hebt gelezen dan weet je waarom.

Isaäc stond al uren op het achterdek van een wildevaartschip. Hij was een aardige maar een beetje vreemde jongen: Als hij aan boord werkte verlangde hij naar een baantje aan de wal en als hij op kantoor zat, verlangde hij naar de zee. Het was nu al twee uur na middernacht en er stond een heerlijk zwoel windje. Hij keek naar de winches, de bolders, de trossen, de railing en de makkelijke stoel die hij voor zichzelf had neergezet. Op een gegeven moment zag Isaäc een lichtje in de verte een bruuske wending maken, dit kon haast geen schip voorstellen. Het leek een korte bocht op het water te beschrijven en toen kwam het recht op hem af. Toen het merkwaardige voertuig tot op een afstand van tweehonderd vadem tot Isaäc was genaderd, zag hij dat het een brommer was. Aanvankelijk was Isaäc bang maar tenslotte kon hij toch niet aannemen dat een nieuwe profeet of Messias zich aldus over de aarde zou bewegen. De brommer was Isaäc nu op tot een meter of zestien genaderd. Isaäc stond te roepen en te zwaaien dat het een aard had, maar hij vergat in zijn opwinding de touwladder uit te werpen. Hierop werd hij door de berijder van de bromfiets opmerkzaam gemaakt. De vreemde was zoals uit zijn tongval bleek, een landgenoot van Isaäc.

Isaäc hielp de man aan boord en vroeg: Hoe is het mogelijk dat u op het water rijden kan?’ ‘Dat is een kwestie van oefenen’, zei de man, ‘Ik ben begonnen met een speld plat op het water te leggen. Als je dat heel voorzichtig doet, blijft hij drijven. Op de lange duur nam ik steeds zwaardere voorwerpen. Het was mij natuurlijk om mijn brommer te doen en tenslotte reed ik mijn eerste schamele rondjes op de stadsvijver. Nu rijd ik over de hele wereld. Ik kom nergens aan land, maar omdat ik af en toe eten moet, rijd ik vaak naar een schip.’

Nadat de man gegeten had en van boord ging vroeg Isaäc of het niet mogelijk was dat hij de rest van de tocht als bijrijder op de bromfiets meemaakte. ‘Ik kan bijvoorbeeld de weg wijzen, want ik heb veel gevaren,’ besloot hij zijn vraag. De man schoot in de lach. ‘Je zou eerst jaren moeten oefenen.’ En toen nam hij afscheid.

De meeste zijn al blij als ze één goed verhaal geschreven hebben, maar bij Maarten kan het niet op. Hij is een meesterlijke schrijver.