Koude Oorlog

Koude Oorlog

Bert van Leeuwen

Hoe zit dat met militairen die hun werk deden in legerbases op Nederlandse en Duitse bodem in de periode 1946-1991 tijdens de Koude Oorlog?

Na mijn opleiding in Amersfoort en Hollandsche Rading werd ik gestationeerd in Seedorf, Duitsland tijdens één van de strengste winters van de 20ste eeuw. Ik was dienstplichtig soldaat van september 1978 tot en met het gehele jaar 1979. Een schot heb ik nooit gelost, behalve op de schietbaan en gericht geschoten met losse flodders op ongewapende Duitse burgers (waarvan sommige met een oorlogsverleden), die ons passeerden, vanuit een rijdende vrachtwagen maar ook vanuit de heup. We hebben vooral geoefend en maar wachten op de Rus, die niet kwam.

Gelukkig hoefde ik niet naar Libanon. De meeste dienstplichtigen soldaten die in Libanon gediend hadden met een LP in hun blauwe baret kwamen vervreemd, agressiever en zonder toekomstperspectief terug naar Nederland. Dit leidde bij sommigen van hen tot gedrag (agressie, criminele handelingen of zelfmoordpogingen) waarmee zij een gevaar voor zichzelf of een grote zorg voor anderen waren. Velen vonden dat de professionele medische hulp te laat kwam. Uiteindelijk kon de laatste groep soldaten in 1985 alleen maar toekijken hoe het leger van Israël Libanon binnen viel.

Als je direct levensgevaar als voorwaarde stelt voor een medaille of een lintje, verdienen wij, de soldaten die het Rode Leger tot staan hebben gebracht met onze aanwezigheid in West-Duitsland, inderdaad geen bijzonder huldeblijk. Maar zoals er vele soorten risico’s bestaan, bestaan er ook vele gradaties in onderscheidingen. Daarin zou de oplossing gezocht kunnen worden. Want het mag inmiddels wat zijn weggezakt in ons collectieve geheugen, tijdens de Koude Oorlog – en zeker in de jaren vijftig en zestig – werd de dreiging van een communistische invasie als bijzonder realistisch beleefd en als een groot gevaar gezien.

Wie er de militaire- en civiele plannen en draaiboeken van destijds op naslaat proeft de angst van de legerleiding. Het doet de militairen die tijdens de Koude Oorlog gevochten hebben in bijna alle kroegen en dancings van West-Duitsland geen recht om dat met de kennis van nu weg te relativeren. Ik was diegene die de eerste kogels zou moeten opvangen als hospik met mijn verbandtrommeltje en een Browning pistool, waar met grote letters KNIL opstond. Een herinnering aan de politionele acties toen de Indische bevolking werd geknecht.

Maar moeten we daarom nu een speciale status krijgen? Ach welnee. Ik ben een prachtige baan misgelopen en ik kreeg tijdens mijn diensttijd het minimumloon, terwijl ik anders minstens het dubbele had verdiend, maar ik heb het ontzettend naar mijn zin gehad, tenminste de meeste tijd, en heel wat afgelachen.

Moeten wij een speciale status krijgen? Daar is ook wat voor te zeggen, zeker omdat de overheid haar burgers voor wel minder onder schijt. Op dit moment maakt de voorzitter van de postzegelvereniging een grotere kans op een lintje dan iemand die veertien maanden lang het land verdedigde tegen de bloeddorstige communistische hordes die destijds elk moment konden binnenvallen.