Jassen

Jassen ophangen

Bert van Leeuwen

Ik werd ooit gevraagd om voor een basisschool wat voorschriften te omlijsten met een tekening. Jaren later besef ik pas dat de meisjesjassen dun gezaaid waren toen ik de tekening weer zag.

Toen ik op de kleuterschool zat had ik een plaatje van een beertje boven mijn knaapje hangen waar ik mijn jas moest ophangen, meen ik nog te herinneren. Als ik naar school ging liep mijn hond met me mee. Het was een Keeshond. Hij deed alleen geen vlieg kwaad en voor mij was hij heel lief. Hij heette Moppie. Wanneer ik uit school kwam zat hij op met te wachten en soms gingen we naar de slager waar ik om een bot vroeg. Of Moppie stal wat gesneden vleeswaren uit een rekje onderop de kinderwagen en dan haalde ik het uit de verpakking een paar straten verderop. Dat was nog in de tijd dat honden los over straat mochten lopen en links en rechts keken als ze overstaken en water uit de sloot dronken en niet de hele dag aan het blaffen waren. Alleen op de eerste maandag van de maand om 12 uur huilde hij tegen de BB sirenes* als die afgingen.

* In 1952 kwam er door de koude oorlog opnieuw een organisatie voor de bescherming tegen luchtaanvallen, die de naam Bescherming Bevolking (BB) kreeg. Die verving het hele oude sirene-netwerk en begon met het maandelijkse testen. Dat gebeurde altijd op de eerste maandag van de maand om 12.00 uur ’s middags.