Irma

Zwembad

Swimming Pool

Laatst na lange tijd dacht ik weer aan Irma. Ik was ooit aan het voetballen met mijn vriendjes op het schoolplein van de lagere school. Toen kwam ze naar me toe. Ze had een lief gezichtje en blond haar.

Ze zat een klas hoger. Op het schoolplein kwam ze op me af en ze zei: ‘Ik ben op je.’ Ik antwoordde: ‘Ik ben aan het voetballen. Ik heb geen tijd.’ Ze was samen met Maaike, haar vriendin, een lange slungel met Prins Vailiant haar. Maaike keek altijd rond alsof ze er niets mee te maken had. Dagen later gingen we met school naar het zwembad. Na zwemles kleedde ik me om in het kleedhokje. Opeens zag ik een handje en werd het bankje omhoog geklapt, zodat het halfhoge deurtje open kon. Daar stond Irma en meteen deed ze het deurtje weer dicht. Ze klapte het bankje naar beneden en zei: ‘Koekoek’.

Verbaasd keek ik haar aan. Dat hele voorval op het schoolplein was ik al lang vergeten. Ze zei: ‘Wil jij mijn melkfabriek zien.’ Ik keek haar aan en dacht daar valt niet veel te zien. Ze deed haar badpak naar beneden. Ik zag niets behalve haar melkwitte bovenlijfje en twee spichtige tepeltjes. Ze was zo plat als een dubbeltje. ‘Je moet er ook langs kijken’ zei ze. Bereidwillig deed ik dat. Ze bleef als een jongetje. ‘En als ik nou zo doe’, en ze maakte er met haar handen twee plooitjes van. Ik zei dat kan ik ook. En ik maakte met mijn handen een kommetje in mijn vel. ‘Kijk, precies een asbak’, zei ik nog.

Het huilen stond haar nader dan het lachen en ze zei ‘Je bent een kloothommel’. Ze deed het bankje omhoog, de deur open en gaf mij een knietje in mijn piemel. Ze was weg voordat ik haar kon slaan. Ik denk nog weleens aan Irma. En als ik dan in zo’n hokje sta, om me om te kleden, hoop ik dat ze weer net zo als vroeger binnen komt stappen.