Hoe lang nog?

Brandende Kampong

Foto: Hugo Wilmar, NIMH

Frans Kreukniet geeuwde en rekte zich uit. Dat ingespannen over die kolommen cijfers gebukt zitten viel hem steeds zwaarder. Uit de la van zijn bureau haalde hij zo’n lekker vette vulkoek gemaakt van boterdeeg.

Heel even had hij het gevoel dat hij weer in de banketbakkerij stond voor het broodnodige tijdens een pauze toen hij op de ambachtsschool zat. De geur van versgebakken koekjes kwam hem tegemoet, zachte pianomuziek vulde de ruimte. Licht verspreidde een warme gloed over rijen koekjes zoals de boterbabbelaar en vele anderen om er maar een paar te noemen. Frans bevond zich even in nostalgisch Luilekkerland terwijl buiten het verkeer voortraasde in de regen.

Hij zette zijn tanden in de glimmend bruine koek die hij in de kantine had gekocht en gunde zich een kleine pauze. Daar had hij recht op vond hij want hij rookte niet zoals zijn collega’s, die toch minimaal een uur per dag wegpafte in de tijd van de baas, wiens centen niet van blik waren al werd daar dagelijks wel flink over gemopperd.

Hoe lang zou hij hier nog zitten? De studie schoot maar niet op, hoe hard hij er ook aan werkte. Frans, een kind van een arme onderofficiersweduwe, dacht verbitterd aan zijn vader, die bijna overleden was aan longkanker, neus- en bijholtekanker, astma, maagkanker en chronische longkwalen omdat als hij langer bij de landmacht zou hebben gewerkt waarschijnlijk in aanraking was gekomen met de giftige stof Chroom-6. Maar voordat het zo ver was werd zijn vader door een tank verpletterd en in de zachte grond gewalst, tijdens de zogenaamde Eerste Politionele Actie in Indonesië. Omdat het ongeluk te wijten was aan zijn vaders onoplettendheid - hij zat een shaggie te draaien in de beschutting van het militaire rupsvoertuig - kreeg zijn moeder geen pensioen.

Toen Frans de leerplichtige leeftijd voorbij was werd hij direct uit werken gestuurd om het gezin van twee broertjes en een zusje te helpen onderhouden. Alle kinderen hadden op het laatst gewerkt voor hun veeleisende moeder, die haar hand maar bleef ophouden, doch het geld hoofdzakelijk aan haar eigen kleding, schoeisel en enorme hoeveelheden gebak besteedde, terwijl haar kinderen vaak hun honger stilden met rauwe koolraap.

En zachtjes begon hij het liedje ‘Knolraap en lof, schorseneren en prei’ van drs. P voor zich uit te dragen terwijl hij zichzelf ritmisch begeleidde met zijn nietmachine.

En thans, broeders en zusters, willen wij gezamenlijk zingen dat heerlijke lied, ‘Knolraap en lof, schorseneren en prei’

Frans was niet dom, maar voor leren was nooit geen geld. Nu moest hij beginnen waar anderen al lang aan voorbij waren gegaan. Avondopleidingen, vakdiploma’s boekhouden daar ging het om. Hij had het nog eens uitgerekend hoe lang het zou duren voordat hij voldoende diploma’s had om hier weg te komen. Hij zou de 45 jaar gepasseerd zijn, dat was de harde waarheid.