Happy End

Tuna

Bert van Leeuwen

Coos Coeckebakker had genoeg van Holland. Hij had aangemonsterd als stuurman. Het mooie weer zou ook beter zijn voor zijn gestel. Sinds hij dat houten been had liep het allemaal niet meer zo lekker. Hij wilde zijn dagen slijten op het paradijselijke Bali. Hij had er voor gekozen om met de Belgische schipper De Vlaming mee te varen, op het spiegelretourschip Tonijn richting Batavia. Het bleek een wel hele ongelukkige keuze te zijn.

Nadat ze in maart 1632 van de rede van Tessel waren vertrokken strandde het schip, nog voordat het de Hollandse wateren had verlaten op de beruchte zandbanken van Walcheren. Een windvlaag sloeg Coos van het galjoen net op het moment dat hij zijn hol stond te flossen met het allemanseind, nadat hij klaar was boven het gemak. Toen de voorplecht weer boven water kwam was Coos weg. Niemand miste hem op dat moment en niet veel later ook niet, want iedereen schuilde binnen met dat noodweer. Het touw was uit zijn handen geslagen en hij dreef met een rotvaart weg.

Het was ondertussen schipper De Vlaming gelukt het schip vlot te krijgen, dankzij de vloed en toen ze in het Nauw van Calais waren bleek stuurman Coeckebakker onvindbaar. ‘O, die wasch schijten net voor dat we op de sandbanken liepen. Ach, die arme siel.’

Gelukkig kon hij zich vasthouden aan zijn houten been wat bleef drijven, zodat niet veel later de bemanning van een vissersboot hem kon oppikken.