Gele Rozen

Gele Rozen, Margaretha Roosenboom

Gele Rozen, Margaretha Roosenboom

Mijn empirische tocht in een morsig labyrint op weg naar huis dwars door de nieuwe aanplant van een perkje rozenstruiken, na een avond vol van drank.

Nu wist ik namelijk, omdat ik ook weleens oplette op school, als ik niet lag te slapen of een paardenstaart van een meisje in een inktpotje doopte, wat in mijn schooltafeltje verscholen zat, dat de kortste weg tussen A en B een rechte lijn is. Aldus struikelde ik tot bloedens toe tussen doorns, doorns, doorns en gele rozen, doorns, doorns op de rotonde naar huis, verlicht door die ene zwakke lantaarn, die haar licht over het natte wegdek liet schijnen.

Ik slingerde het tuinpad op van mijn ouders en deed de schuurdeur open waar het rook naar gemorste benzine uit de buitenboordmotor van mijn vader. Hier pikte ik de huissleutel op die vereenzaamt aan een spijker hing. Ik ging de keuken binnen en trachtte mezelf overeind te houden aan het vliesdunne keukengordijntje wat ik doormidden scheurde. Mijn bebloede hoofd veegde ik af aan een blauw geruite theedoek. Ik hoorde iemand roepen in het duizelingwekkende trappengat, maar schonk er geen aandacht aan. Zigzaggend ging ik de trap op om mijn ouwelui op een dwaalspoor te brengen. Boven aangekomen dook ik in mijn bed wat slingerde als een vrachtschip. Langzaam kwamen de bewegingen van mijn slaapkamer die het zeegat koos tot rust. De volgende dag stond ik op voor een voetbalwedstrijd, die ik pas in de tweede helft in werkelijkheid zou meemaken.

Voordat de wedstrijd begon vroeg een teamgenoot of mijn vriendin zich aan mij vergrepen had, nadat hij mijn gestolde en verscheurde gezicht zag. Ik lachte een sluw lachje alsof het waar wat hij dacht en moest onwillekeurig denken aan mijn vriend. Die werd op een ochtend wakker met allemaal tandafdrukken in zijn piemel. Het was de avond daarvoor wel gezellig geweest, maar met net iets teveel aan alcoholische versnaperingen had zijn vriendin zijn lul aangezien voor een kaneelstok.

De volgende dag op kantoor vertelde ik een geheel ander verhaal, dat ik door een schouderduw uit het voetbalveld was verwijderd. Daardoor kwam ik in het nabij gelegen grindpad terecht, waarbij de provincialen op mijn werk met nogal veel handgebaren kenbaar maakten dat er veel onrecht en verruwing bestaat in het voetbal van tegenwoordig. ‘Vroeger was het allemaal beter.’ ‘Ja,’ zei ik ‘Toen regende het alleen bij de boeren, want die hebben het nodig.’