Finale Kwijting

Finale Kwijting

Bert van Leeuwen

Ik was op vakantie in Bergen aan Zee en kon slecht slapen. Ik dacht: ik ga een stukje lopen langs het strand.

Ik sta in het holst van de nacht op het strand en tuur over zee. In de verte zie ik een lichtje, alhoewel ik niet kan onderscheiden waartoe die behoort denk ik dat het een onderzeeër is. In de schemer van de maan die zich steeds weer achter de wolken verschuilt, al is ie een verstoppertje met me aan het spelen, zie ik een rubberbootje. Er zitten, geloof ik, twee mensen in. Het bootje gaat tegen de wind in. Ik ben nieuwsgierig en ga plat op het strand liggen in een kuil die waarschijnlijk door een paar Duitse toeristen is gegraven. Na een paar minuten is het bootje door de branding. Er stapt een man uit. De man die in de rubberboot achterblijft zegt: ‘Succes Jean,’ en begint meteen terug te roeien. Waarop de andere man in het duister schreeuwt: ‘Noem nooit mijn naam kutbol.’ Mijn hart bonst van opwinding. Ik ben zo nieuwsgierig wat die man hier komt doen. Is dit een geheime missie van de marine?

De heimelijke passagier heeft een kostuum aan en een hoed op. Op een veilige afstand volg ik hem over het strand naar een smal pad door de duinen. Erg handig is ie niet, want hij is al twee keer gestruikeld over een zeehond. Ik moet toch wat afstand houden anders ziet hij me. Ik kom op de rotonde aan waar een beeld staat van Jonas die in de walvis zit. Dan zie ik hem weer, hij loopt op de C. F. Zeiler Boulevard. Hier gaat hij zitten op een bankje en rookt een sigaret. Na lange tijd gaat hij weer staan en haalt een papiertje uit zijn broekzak, vouwt het open en ik zie dat hij even schrikt. Hij gaat weer zitten maar nu op een ander bankje en begint het papiertje in hele kleine stukjes te scheuren, die hij in de papierbak vlak naast het bankje laat vallen. Hij kucht een paar keer, staat op en wandelt de straat uit alhoewel het een boulevard wordt genoemd, maar daar trek ik me nu even niets van aan. Hij slaat links af richting zee. Als hij uit het zicht is sluip ik naar de papierbak en in het licht van mijn iPhone raap ik alle stukje papier bij elkaar en stop het in een hersluitbaar plastic gripzakje wat ik altijd bij me heb. Ik controleer nogmaals of ik alle stukjes papier heb opgeraapt en achtervolg wederom de vreemdeling.

Verscholen achter Hemingway's Beach Restaurant zie ik hem op het strand en hij geeft met een kleine lamp lichtsignalen. Na tien minuten is de rubberboot weer op het strand. ‘Was ik er bijna ingestonken,’ hoor ik de man tegen de roeier zeggen, maar die houdt wijselijk zijn mond, bang voor een nieuwe uitbrander. Dan stapt hij in en de roeier begint tegen de branding op te tornen. De onbekende zit met zijn hoofd in zijn handen. Met mijn ogen volg ik het bootje zo goed als mogelijk is. Het gaat een beetje moeilijk, want het is gaan waaien en het rubberbootje verdwijnt ieder ogenblik achter de golftoppen tussen mij en de horizon. Dan zie ik niets meer en over die afstand hoor ik ook niets, ik denk omdat de wind van mij af staat naar het schip toe. Ik ga in het zand zitten en begin mezelf vragen te stellen: wie was die man? Wat kwam hij hier eigenlijk doen? En wat hebben die papiersnippers te betekenen? Vragen aldoor maar vragen.

Ik stap op en loop naar het standhuisje wat ik gehuurd heb en nadat ik geslapen heb sta ik op en ga koffie zetten met mijn pyjama nog aan. Ik haal uit mijn jaszak het plasticzakje met papiersnippers en leg het op de eettafel. Ik leg de stukjes met de beschreven kant omhoog en dat is nog een heel gepuzzel. Als er mensen zijn die zeggen dat dat heel makkelijk is dan wil ik dat glashard ontkennen, na een paar uur was ik er nog niet klaar mee. Mede omdat ik me ook nog moet omkleden en bij de bakker in Bergen - wat een eindje fietsen is - een paar knapperige maanzaadbolletjes ging kopen, die ik in mijn vakantiehuisje beleg met roomboter en een mooi stukje kruimelkaas. Vroeger dacht ik dat maanzaad van de maan kwam, maar dat is helemaal niet zo. Ik ga er eens goed voor zitten. Wat hebben die papiersnippers te betekenen? Toen ik eindelijk alle stukjes papier op de goede plek had liggen kon ik lezen wat er stond, namelijk de tekst; ‘Wie dit leest is gek!’