Een Leeg Figuur

Een Leeg Figuur

Een Leeg Figuur

Ik heb een kennis, een vriend mag je hem niet noemen, wiens stem nooit opgemerkt wordt. Op feestjes wil hij wel wat zeggen, maar dan is er altijd wel iemand die voor hem spreekt of hij wordt tijdens het spreken onderbroken alsof het er niet toe doet wat hij zegt.

Obers horen hem niet als hij iets wil bestellen en zijn opgestoken hand zien ze over het hoofd. Misschien is hij te beleefd, want hij wacht totdat iemand uitgesproken is, zoals men hem dat geleerd heeft. Maar de anderen zijn nooit uitgesproken. En is er een opening in het gesprek en hij begint wankel een tegenwerping of een bevestiging dan spreekt weer een ander, die helemaal niet naar hem geluisterd heeft er dwars doorheen. Ze zien hem gewoon niet staan die kennis van mij. Zelfs komt het voor dat er naar de aanvang van zijn gesprek geluisterd wordt. Het is dan muisstil want hij heeft een zachte stem. Maar steevast verschijnt er een late luide bezoeker en verdwijnt de aandacht weer naar iemand anders. Soms opent hij zijn mond om iets te zeggen maar dan is het precies de eerste maandag van de maand, stipt om twaalf uur, of een hond begint te blaffen, of een tram rijdt uit de rails. Er is altijd wat als hij zijn mond open doet. Op straat lopen mensen vaak tegen hem op alsof hij onzichtbaar is of ze kunnen hem net ontwijken.

Laatst vroeg ik hem ‘Hoe gaat het met je?’ en hij vertelt dan over zijn nieuwe tuinhek, waar je het hout kunt kopen, hoe je de plaats moet bepalen waar de palen in de grond gaan en hoe een waterpas werkt en ik ben dan algauw afgeleidt en ga met iemand anders praten. Een andere keer heeft hij een verhaal over wat je moet doen als het afvoerputje van de afwasmachine verstopt is, dat kanker geen ziekte is maar een tekort aan vitamine B 17, hoe je de bumper van je auto het beste kunt schoonmaken en ik was al weer op weg naar de koelkast om een biertje te halen, terwijl ik in het voorbijgaan een handje pinda’s pak.

Ik zeg tegen mijn vrouw ‘De laatste tijd zegt hij niets meer tegen mij, is ie boos?’
‘Nee,’ zegt zij ‘Hij is nooit boos. Hij is altijd zo bescheiden, zo hulpvaardig. Het is zo’n lieverd.’
En zo heb iedereen wel wat.