De Twaalf Noormannen

Noormannen

Hägar de Verschrikkelijke

In het plaatsje, waarvan mij de naam niet te binnen wil schieten, leefde niet zo lang geleden een jongetje. Er werd wel beweerd dat hij Sven, Stein, Sweyn of Swen heette, want dat verschilde enigszins bij hen, die hiervan melding maken, al valt uit aannemelijke veronderstellingen op te maken dat hij Swen genoemd werd. Hoe hij heette maakt weinig uit voor ons verhaal; het is voldoende dat bij de weergave geen duimbreedte van de waarheid wordt afgeweken.

Men moet weten dat de bewuste jongeman, zich de ogenblikken dat als hij niets deed, zich zichtbaar met heel veel liefde en plezier wijdde aan het lezen van boeken over Noormannen. Kortom Swen haalde alle titels in huis die hij maar te pakken kon krijgen en hij was vast besloten om het avontuur op te zoeken.
 
Swen ging zo op in zijn lectuur dat hij alle avonden en dagen doorbracht met lezen. Zijn brein vulde zich met alles wat hij in zijn boeken vergaarde. Hij las over Erik de Rode, Gunnar Blauwbek met zijn Brandende Zwaard en Hägar de Verschrikkelijke. Swen kwam op de gedachte om Noorman te worden en met de wapens in de hand de wereld rond ter trekken op zoek naar avontuur. Hij zou alles doen wat Noormannen doen en hij zou zich in allerlei perikelen en gevaren begeven, waarmee hij zich eeuwige faam en naam kon verwerven. Daarom trok hij voor dag en dauw op een van de warmste julidagen zijn volledige wapenrusting aan. Op de dag dat Swen wilde vertrekken waren vijf Noormannen ziek of mochten niet mee van hun vriendin/vrouw. Toen waren ze nog maar met z’n zevenen. Noorman Swen vaarde samen met zijn bemanning in een drakkar uit de haven van het plaatsje, waarvan mij de naam niet te binnen wil schieten.
 
Noorman Hans raakten ze op hun plundertocht naar Frankrijk als eerste kwijt. Hij was zeeziek geworden en het kotsen stond hem nader dan het lachen toen hij overboord viel. Hij kon zich nog vast pakken aan een meerpaal die voorbij kwam drijven, maar spoedig daarna verdronk hij. Zo hebben zij noodgedwongen afscheid van Noorman Hans genomen.
 
Dan had je nog Noorman Anton die ze de volgende dag kwijtraakte, omdat hij het als enige geen slecht idee vond om Andouillettes te eten. De volgende ochtend was hij overleden aan dit gerecht van varkensingewanden. Ze gaven hem diezelfde dag nog een zeemansgraf, want hij begon al gauw te stinken.
 
Ze hielden een spoedoverleg op het strand omdat ze in aantal sterk uitgedund waren. Veel had Noorman Swen verdrongen; hoe de stemming was verlopen wist hij niet meer, zoals hij ook veel van de reis niet meer precies wist te herinneren door de drank en de paddo’s. De uitkomst van het beraad was dat de meeste Noormannen door wilden varen naar Parijs.
 
Noorman Otto en Noorman Bert stonden te dansen op de gekanteelde weergang van de stad Parijs, tijdens een afterparty. Ze vielen naar beneden en waren niet meer in staat om op avontuur te gaan. Noorman Michel werd verliefd op een Frans meisje en hij besloot hier te blijven wonen. Noorman Swen was dus al tien bemanningsleden kwijt. Toen ze eindelijk voor de eerste keer een stad wilden plunderen bestond er de kans dat het ging regenen en daarom gingen ze schuilen in een café. Hier raakte hij Noorman Wout kwijt, die zo dronken was dat hij op de verkeerde boot stapte en de volgende dag op volle zee wakker werd op weg naar Abessinië.
 
Noorman Swen besloot om te keren en op de terugweg nog een dorpje te plunderen. Bij Dorestad ging hij van boord en hier werden hij vriendelijk ontvangen en kreeg wat spullen mee. Bij zijn terugkomst stonden de mensen van zijn dorp hem hoopvol op te wachten en riepen vanaf de kade: ‘Héé Noorman Swen heb je veel geplunderd.’
‘Nou ik heb heel veel dingen meegenomen,’ riep ie terug.
‘Laat ons niet langer in spanning. Zijn het gouden sieraden? Juwelen?’
‘Ik heb echt van alles. Ik heb een maliëkolder met de tekst 'I Love Fryslân', twintig gekleide asbakken, een gebit zonder tanden, een wandelstok van kreupelhout en een heleboel lege jeneverkruiken,’ somde Noorman Swen ijverig op.
 
‘Je maakt een geintje? Is dat echt alles?’ riep de toegestroomde menigte al was het Sinterklaas zelf die langs kwam met Pakjesboot 12 en met Pieten in alle kleuren van bruin tot zwart die door de tuigage slingerden.
 
‘O, dat vergeet ik bijna. Ik heb een vogeltje gered die uit zijn nestje was gevallen. Ik heb een mooie zeester gevonden en op het schip heb ik met schelpen hele leuke dingen in elkaar geplakt. Ik heb een heleboel aardige mensen gesproken en een lief  penvriendinnetje ontmoet’ riep Noorman Swen zo opgewekt mogelijk.

‘Maar nu ga ik naar bed. Ik ga uitrusten van al mijn avonturen.’