De Sigaret

Gitanes

Bert van Leeuwen

De veroordeelde minister had de nacht in een huis doorgebracht. Hij liep samen met de dokter, de dominee en zijn bewakers naar de executieplaats. Hij ging zitten op een stoel die klaar stond en de officier zei ‘Heeft u nog een laatste wens?’

‘Jawel‘ zei de ter dood veroordeelde. ‘Mag ik nog een sigaret?’ dat kon de bevelvoerder niet weigeren. Hij gaf een ordonnans het bevel het benodigde te gaan halen en toen ze samen nog wat aan het babbelen waren kwam de ordonnans al terug gehold. Die sigaret was wel een hekel punt, want sinds kort mocht nergens meer gerookt worden. Gelukkig had hij ooit wat in beslag genomen pakjes achterover gedrukt.

Nadat de veroordeelde zijn laatste sigaret had op gerookt vroeg hij nog dat ze hem niet te strak moesten vastbinden. Een witte schijf werd op de plek van zijn hart gespeld. Het executiepeloton stond vijftien meter verderop. De officier gaf bevelen met gebaren, met uitzondering van het commando: ‘Vuur.’ Het executiepeloton bestond uit twaalf soldaten, zes knielden en zes stonden.

De rode dots van de richtkijkers gleden over de witte schijf die op de kleding van de minister gespeld was. Na het commando ‘Vuur’ knakte het hoofd van de man achterover, en het executiepeloton wende zich direct af. De dokter zei dat de man nog niet dood was, maar voordat de officier van het executie peloton het genadeschot kon geven, was hij al overleden. Het peloton marcheerde weg. Het lijk werd in een deken gewikkeld en het assistent-hoofd van de militaire politie zag toe op de crematie.

De minister had het volk misleidt en werd veroordeelt tot de dood.