Chaos

Boerenprotest

Bert van Leeuwen

Hij solliciteerde op een vacature van verkeersregelaar, nadat hij ontslagen was in zijn functie als loempiavouwer. Zijn vorige baan als handelsreiziger in tandenborstels was ook al geen succes. Een week later werd meneer Than ingeroosterd op een klus.

Op zijn eerste werkdag arriveerde hij stipt op tijd, om zeven uur ’s ochtends op de bouwplaats. Veel later ook zijn twee collega’s. Hij stelde zich voor aan Mo en Ali, de eerste schatte hij op 30 jaar, de andere eind 20. Aan de straatkant achter een hoog opgetaste bult bakstenen parkeerde Mo het bedrijfsautootje. Het miezerde en Mo en Ali vielen al gauw in de auto in een kwijlslaapje.

Meneer Than nam plaats op een paar pallets en wachtte op wat komen ging. Om een uur of elf stapte Ali uit de auto om wat biertjes te kopen. Omdat het steeds harder begon te regenen, druppels gingen over in stralen, vroeg meneer Than of hij ook in de bedrijfsauto mocht zitten. Mo vroeg wat de bedoeling was. ‘Ik kan wel op de achterbank zitten’, zei meneer Than, maar dat was onmogelijk want daar stonden hun broodtrommels al.

Meneer Than ging van de weeromstuit schuilen in een portiek van een huis. Een hele stoet tractors reed de bouwplaats langs op weg naar een manifestatie op het Binnenhof. De stad werd overspoeld door duizenden boeren uit het hele land die protesteerden tegen de stikstofmaatregelen van het kabinet. Ondertussen stopten vrachtwagens aan de lopende band om sloopmateriaal af te voeren, want het werk ging vooralsnog gewoon door. Fietsers en voetgangers moesten zich door het verkeer wringen. Meneer Than liep weer naar Mo en Ali en suggereerde dat hij desnoods alleen de voetgangers zou kunnen begeleiden, maar Mo zei ‘Dat kan niet. Jij moet nog veel leren.’

Zo nu en dan vroegen voorbijgangers of ze langs de bedrijfsauto mochten die nogal in de weg stond, maar de meesten keken hem alleen maar boos aan. Ondertussen vulde het autootje zich met wietdampen. Als meneer Than naar binnen keek bolde Ali zijn wangen en prikte er met uitgestoken vingers in en sloeg Mo blind van het lachen met zijn vlakke hand op het dasboard. Mo vormde niet veel later met zijn lippen achter de voorruit van het autootje het woord ‘Koe…Koek! koe…Koek!’

Op het einde van de dag toen de regen wat uit de lucht was kwam een lange magere man met een bouwhelm, op weg naar het chemisch toilet, de drie verkeersregelaars tegen.

‘Mag ik ook vragen wat jullie taak eigenlijk is? Jullie voeren geen ruk uit.’

‘Heb jij weleens gehoord van pauze?’, zei Mo.

‘Wie is jullie baas?’ vroeg de uitvoerder.

‘Een hond heeft baas.’

Godverdomme vloekend stapte hij een Dixi in, waarin aan de binnenkant de wervende tekst stond: ‘Liever een zuster als hoer, dan een uitvoerder als broer’.