Carnaval

Carnavalsfilmpje

Bert van Leeuwen

‘'t Was er warm en druk. Ik raakte hem met een lege kruk.’ Het liedje van André Hazes dreunt door het gebouw ‘Het Wapen van Assendelft’. Prins Klaas den Eerste en Adjudant Bert zijn aanwezig in vol tenue; steek, smoking, wit overhemd en een zwart vlinderdasje. Het is de laatste avond na een turbulent jaar, mijn oom als Prins en ik als zijn Adjudant van de carnavalsvereniging ‘Eén Meter Bier’.

Wij stappen door de gang en een voorbijganger klampt mijn steek aan en pakt die van mijn hoofd. Ik zeg ‘Geef terug,’ waarop hij uitkraamt ‘Doe effe normaal. Doe effe normaal.’ Ik draai me om en pak hem van achteren met mijn rechterarm bij zijn keel en ik denk: ‘Nu even doorpakken, Bertje.’ Ik plaats mijn rechterbeen achter de kwant, trek de lulhannes eroverheen en gooi hem op de grond, waar hij blijft liggen in een nogal vreemde houding. Ik buk en pak mijn steek op. We gaan verder en komen in het feestgedruis van een ander evenement terecht. NU wordt Klaas den Eerste zijn steek ruw afgetrokken, maar ik pak de Prinsenmuts weer gauw terug uit de grijpgrage klauwen van de onverlaat.

Inmiddels heeft Klaas den Eerste een meisje, die hij verdenkt van deze euvele daad, bij haar jurk gegrepen. En hij scheurt deze van boven naar beneden open, waarbij haar borsten als laaghangend zomerfruit tevoorschijn vallen. Hij zegt ‘Weet je wel hoe duur zo’n steek is’.
Ik loop naar Den Eerste en geef hem zijn steek terug en hij betoogt ‘Die (piep) zei (piep, piep, piep, piep) tegen mij.’
‘Klaas het is goed.’ Ik stuur hem weg naar de uitgang. Zij zijn met zes man sterk en een hele boze naakte vriendin.

Voordat ik weg ga zeg ik tegen het groepje booswichten: ‘Als hij door een agent door zijn hoofd wordt geschoten of zich verhangt in de cel of getroffen wordt door de bliksem houd ik sommige van jullie verantwoordelijk, afgezien daarvan neem ik geen wraak.’ En met deze woorden verlaat ik de zaal.

Je dacht toch niet dat het een echt filmpje was of wel?