Bard 12

Bard 12, Jan Hendrik Weissenbruch

Jan Hendrik Weissenbruch

Bard had slecht geslapen, pijn in zijn rug en zere benen. Op zijn werk dronk hij eerst een kopje koffie en maakte daarna de poort open naar de steiger waar het schip lag afgemeerd en ging aan boord.

Hij liep over het overloopdek. Later zat hij in het galerijtje aan bakboordzijde van het VOC schip en had zicht op de werf. Het dekseltje van het gemak was door midden gescheurd. Er hing een droefgeestige stemming naast een stoffig spinnenweb in de lucht. Een man in een blauwe overall liep naar de kraanmachine. In deze façade van schoonheid dobberde het schip Batavia. Een karkas in de wind, evenals haar vermoorde bemanning op de Abrolhos eilanden in Australië. Het was een zachte, koude winterdag.

Bard had de dood gezien aan het voeteneinde van zijn bed, in afwachting van de uitslag nadat ze de kanker in mijn blaas hadden weggesneden. En daarna keer op keer in spanning wat de uroloog hem nu weer zou vertellen over zijn ziektebeeld. Hij moest nog minstens drie jaar tot zijn pensioengerechtigde leeftijd, maar Bard had er geen ene reet zin meer in. Niet nog langer mensen helpen bij tij en ontij. Uitleggen dat grondverf niet alleen voor de grond is, terwijl ondertussen zijn Batavia, geënterd door het schimmelrijk, er niet veel beter op werd. Hij kwam tot de slotsom dat dit werk te zwaar was en dat hij niet nog langer moest doorgaan tot aan zijn pensioen, waarna hij versleten zou zijn, kwijlend in een karretje achter een vingerplant zou verdwijnen en de dag zou vullen met naar buiten staren. Hij had na lang wikken en wegen besloten om er mee te stoppen.

Hij koos ervoor om nog een paar fantastische dingen te doen, nu het nog kan en te genieten van zijn gezin. Hij gaat niet langer als een roepende in de woestijn jeremiëren om geld en mensen om de Batavia te behouden, dat is een gepasseerd station voor hem. Helemaal nu gemeente Lelystad de loonkosten van een aantal leermeesters in de toekomst niet meer wil betalen, wat voelde als een dolkstoot in zijn toch al versleten rug. Dat gaf hem het laatste zetje om er mee te stoppen. Als je geen waardering en erkenning krijgt, voelt het niet prettig en schaadt je gezondheid. En toch alle redeneringen ten spijt wat zou hij het allemaal gaan missen.

Toen hij tenslotte Batavialand verliet, ondanks dat het zo’n fantastische werkplek is, vond hij het moeilijk om afscheid te nemen en iedereen te vertellen hoe gelukkig hij hier was geweest en dat nu zijn leven zou veranderen. Maar hij is genezen (nog een paar jaar onder controle) en heeft op de werf geleerd dat hij een beeldsnijder is, een verhalenverteller en het vermogen heeft om mensen te begeleiden naar iets waar ze zelf geen weet van hebben, al is het soms niet meer dan een leuke dag of een baan. Hij heeft op de werf mooie dingen beleefd en gemaakt, ontzettend lieve, aardige mensen ontmoet, ook strontvervelende mensen, maar gelukkig zakt vuil altijd naar de bodem.