Bard 1

Jacob Maris. Bomschuit met aan de horizon spiegelretourschip Batavia.

Jacob Maris. Bomschuit met aan de horizon spiegelretourschip Batavia. 

Leermeester Bard liep om kwart voor negen ’s morgens vroeg de kantine binnen van een kleine scheepswerf waar hij deelnemers, stagiaires & vrijwilligers begeleidde.

Bard is de benaming voor lyrische dichters en zangers. Later traden de barden niet enkel meer op voor de adel, maar ook voor het gewone volk. Zij zongen overal in dorpen en steden hun verzen. Hun liederen waren gebaseerd op volksliederen, waar zij soms een eigen tekst of een nieuwe melodie aan toevoegden.

Een vreselijke koude tocht rukte bijna zijn wollen muts van zijn hoofd en deed zijn broekspijpen, die hij over zijn thermische lange onderbroek droeg, tegen zijn benen flapperen. Leermeester Bard ging in allerijl naar het koffieapparaat.

Wederom had de technische dienst verzuimd de boel op tijd te isoleren, zodat de waterleidingen waren bevroren, nu het weer guurder werd en de temperatuur ver onder nul en tintelend fris, maar het euvel bleek bij de gemeente te liggen want verderop in de stad was een waterleiding gesprongen wat tot veel overlast leidde. Zij waren deze keer verantwoordelijk voor de koffieloze morgen. Verbitterd stond Bard zonder een bakje slobber aan het begin van de werkweek.

Een deelnemer klampte Bard aan en vroeg waar zijn leermeester was. Bard had op deze vraag geen passend antwoord. Het betrof een leermeester die wel vaker een dagje vrij nam of wat later kwam zonder daar iemand van op de hoogte te stellen, omdat hij vergeten was dat aan zijn collega’s te melden. ‘Dan ga ik nu weg’, zei Sjonnie met zijn door tandwolf aangetaste gebit waar nog een enkele ivoren wachter stand hield in de lucht van zware shag. ‘Prima, we leven in een vrij land.’ ‘Nog wel’, zei Sjonnie, stapte op zijn fiets en reed naar huis.

Twee van de drie stagiairs van Bard waren aanwezig, maar uit het zicht van zijn spiedende blik. Eerst ging hij de houtzagerij openen voor twee vrijwilligers, die hier al vele jaren op de werf werkten. En daar kwam het blokhoofd om de hoek schuiven met een timmerman die ingehuurd was met een brok hout wat hij graag gezaagd wilde hebben in de houtzagerij. Of Bard dat wilde doen. ‘Met alle plezier’ baste Bard terug. Daarna ging hij naar het schip om deze te ontsluiten voor het publiek op deze toch wel zeer koude dag.

Bard opende de deuren op de steiger en het schip en nam plaats in de kapiteinshut om zijn facebook pagina te checken. Hij was benieuwd naar een paar grappig bedoelde filmpjes op zijn account. Proestend van het lachen werd hij onderbroken door zijn eigen ringtone. Een berichtje van de floormanager Beppie. Alle elektriciteit lag eruit en de verantwoordelijke was met vakantie. Voordat Bard arriveerde bij het elektriciteitshuisje zag hij de Rode Kruis boot Henry Dunant voorbij drijven vol ouwe knakkers alsof het een voorteken was van een weerbarstige toekomst vol leed en ellende.

Beppie stond voorovergebogen in het elektrokastje te koekeloeren en naast haar stond een vrijwilliger, die ooit op jeugdige leeftijd een elektronica experimenteerdoos van zijn ouders had gehad en nu dacht dat hij daar het fijne van wist en uitriep: ‘Aan de stoppen ligt het niet’.

Bard klopte hem geducht op zijn rug onder de uitroep ’Hé vonkenboer’. Maar de man zei hem met een van de pijn vertrokken gezicht dat hij huidkanker had. Ja dat wist Bard ook niet en als hij het wel had geweten kon hij met een kwartje de wereld rond. 'Sorry.' In het hokje was verder niets te zien, dus moest Beppie maar een elektricien optrommelen, die tegenwoordig uiterst zeldzaam zijn. 

Wordt vervolgd